Ik begin met drie korte uitspraken (bij lezingen uit de Schrift: Uit (OT): Deuteronomium 11: 1,8-21
en uit (NT): Marcus 10: 17-31) :
-Worden wíj nog verdrietig bij de woorden van Jezus?
-Ik hou van jou, en jij vertrouwt mij helemaal; en zo gaan we samen -met tien goeie richtlijnen-, in ‘t volste vertrouwen het leven door; op weg om deel te kunnen hebben aan ‘t eeuwig leven.
-Ik zou ook kunnen zeggen: Och, éen Jozef van de Berg als kluizenaar in een fietsenhok is wel genoeg hè, of moeten we meer fietsenhokken bouwen voor meer kluizenaars?
Als we hiermee ons moeten bezinnen op ons leven dan kan het wel erg raadselachtig worden.
Ik wil proberen enige helderheid te bieden. (Na u eerst kort iets te vertellen over de joodse feestmaand.)
Dezer dagen is de grote joodse feestmaand net voorbij, terwijl wij daarvan hier niks -of toch bijna niks- gemerkt hebben.
Ik wijs u er op omdat de gelezen teksten, uit de joodse boeken, er alles mee te maken hebben.
De feestmaand begon met Rosj haSjana, nieuwjaarsdag, enkele weken geleden; en ze eindigde met Simcha Tora, de dag van de Vreugde der Wet; de afsluiting ook van het Loofhutten-feest.
De eerste tien dagen van het nieuwe jaar worden wel de tien dagen van inkeer genoemd. Dit gebeurt omdat de tiende dag de Grote Verzoendag is, Jom Kippur. Dat is de dag waarop de zonden beleden worden, waarop er gevast wordt, de dag die in de synagoge wordt doorgebracht.
Begin van de vorige week was het Simcha Tora, Vreugde om de Wet. We hebben de afgelopen weken echter gezien hoe moeilijk de volken in het land Israel en in Palestina het hebben om verzoend met elkaar te leven en blij te zijn met de Tora. Verzoening is -voor vele volken- steeds weer zó’n moeilijke opgave! We zien het in Syrië ook, en in Irak en Afghanistan.
En in ons persoonlijk leven weten we ook hoe moeilijk het is.
Het Loofhutten-feest en Simchat Tora zijn een jaarlijkse oefening om telkens opnieuw het hart te richten naar waar Gods liefde zich beweegt. Het lezen van het verhaal van Jezus en de rijke jongeman kan daarom ook voor ons zo´n oefening zijn, mét de tekst in het Toraboek Deuteronomium.
Goed, ik zei het al, ik wil proberen enige helderheid te bieden.
In de Deuteronomiumtekst horen we dat ons gevraagd wordt om God lief te hebben en zijn richtlijnen in acht te nemen.
Bij mij kwam hierbij de vraag op: hoe gaat dat als iemand tegen je zegt: ‘ik hou van jou, en ik wil samen met jou verder door het leven’? En je krijgt er vervolgens nog bíj te horen: ‘en ik denk dat we dat het beste als volgt kunnen doen: jij hebt míj uiteraard lief en dan leven we samen volgens mijn ideeën’.
Hoe werkt dat, hoe kom je zover dat je zal zeggen: ja, ik wil; van harte.(?) Ja, ik vertrouw jou, ik zie het helemaal vóor me, ik ga absoluut met jou mee. Want waar jij naar toe wil en hoe je dat wilt doen, dat wil ik ook.
Dat iemand tegen je zegt: ‘ik hou van jou’, dat doet toch in elk geval je hart smelten, dat is toch heerlijk om te horen te krijgen. ‘Hé, iemand die jou ziet, die jou ziet zoals je bent en die vertrouwen in jou heeft, in jou -met je mogelijkheden en met je beperkingen-‘. Dat roept van alles in je wakker: vreugde, hoop, warmte, inzet; méer nog dan je bij jezelf vermoedde. Je voelt je boven jezelf uitgetild worden.
En dan hoor je waar hij, of zij, naar toe wil en hoe ze dat vóor zich ziet hoe dat zou kunnen, en dan weet je: ja, dát zou ik ook willen, op zó’n manier leven dat het eeuwigheidswaarde heeft.
En dan hoor je wat voor iemand hij is, wat hij al gedaan heeft -een volk uit de slavernij geholpen-, en dan weet je: ja, die is te vertrouwen. En je voelt: ja, deze maakt het beste in mij los.
En dan zeg je: ja, met jou en op die manier wil ik mee. En ik zal me er ook voor inzetten.
Zo kan het gaan.
Ik hou van jou, heeft God tegen het volk Israel gezegd. En zodoende wens ik jullie toe dat je een leven mag leiden van de allerhoogste kwaliteit, een leven dat eeuwigheidswaarde heeft.
Ik heb jullie dan ook bevrijd uit een land waar jullie al in geen eeuwen meer idee hadden van bevrijd-kunnen-leven. Jullie waren gebonden en jullie hadden het idee dat het ook níet anders kon. De godheid-Farao dacht dat hij het voor de eeuwigheid voor mekaar had met jullie en met z’n eigen onderdanen.
Ja ..., wel voor lang, maar niet voor goed.
Jullie, mijn volk, gun ik een land van melk en honing. Ga mee, vertrouw mij. We gaan samen, mét tien goeie richtlijnen, in ‘t volste vertrouwen het leven door; op weg om deel te kunnen hebben aan ‘t eeuwigheidsleven.
Die tien goeie richtlijnen ... ja, die zijn er dus voor jou, voor jullie, voor jullie als volk, jullie mijn-mensen, jullie die ik het allerbeste toewens.
Ja, met die richtlijnen kán het. Op die manier is het mogelijk een samen-leving in te richten die kwaliteit heeft, voor eenieder, voor al mijn mensen, op de hele wereld.
Ik wil u iemand in herinnering brengen die een radicale keuze voor God maakte; Jozef van de Berg.
Kent u die poppenspeler die zulke verrassende programma’s had in het theater. Met zijn pop en een hutkoffer trok hij de wereld rond, op het podium. Deze Jozef van de Berg heeft zich uit de wereld-van-rijken terug getrokken en heeft zich als een kluizenaar een onderkomen ge-maakt in een fietsenhok ergens in het dorp Neerijnen in de Betuwe.
Op grond van de woorden van Jezus vindt hij dat hij deze keuze moet maken. Hij is er voor zichzelf van overtuigd dat hij zo zonder bezit moet kunnen leven.
Wat is hij nou voor ons voor soort voorbeeld? Eén die laat zien dat een radicale keuze gemaakt moet worden? Of een voorbeeld dat wel sympathie oproept -omdat het zo’n aardige man is-, maar tegelijkertijd ons laat denken: ‘nee, dat hoeven wij dus niet’, althans ‘dat is toch niet reëel, zo zal het toch zeker niet de bedoeling zijn’; nog meer fietsenhokken zoals deze ...?
Jezus stelt op grond van de tien aanwijzingen van God radicale eisen. Uit liefde, want dat staat er: Jezus kreeg de rijke jongeman lief.
Uit liefde zegt hij: kom, volg mij, verkoop je bezittingen, geef het aan de armen en ga met mij op weg.
Uit liefde, Jezus ziet heel veel in deze jongeman, heel veel goeds.
En wordt dat in hem wakker geroepen?
Ik denk het wel. Hij werd diep geraakt van binnen, deze jongeman. Maar vervolgens gaat hij weg; bedroefd. Hij realiseert zich dat hij slaaf is, maar dat het een verslaving is die hem uiteindelijk aantrekkelijker lijkt dan de vrijheid die hij met Jezus en met God kan krijgen.
In zijn tweestrijd voelt hij aan de ene kant de aantrekkingskracht van Jezus’ liefde en het wenkend geluk dat een leven in Jezus’ spoor voor hem en vele anderen kan brengen, en aan de andere kant voelt hij de kracht van de luxe, het gemak en de vrijheid die zijn bezit hem bieden, hem alleen.
Bedroefd blijft hij volhouden dat het niet anders kan.
Worden wíj nog verdrietig bij de woorden van Jezus? Vóelen wij dat de beste krachten in ons wakker geroepen worden? Of hebben we al jaren bij deze tekst uit Marcus de redenering opgebouwd en vastgehouden dat het zo radicaal niet bedoeld zal zijn?! ´Nee, kom, laten we reëel zijn, zo werkt dat toch niet!´
En nee, bedroefd worden we er niet van.
De vraag is misschien zelfs of wij wel zoals die jongeman verlegen zitten om ´eeuwig leven´.
Hoe belangrijk vínden we het om bij te dragen aan een leven dat voor ieder eeuwigheidswaarde heeft?
Nee, verdrietig worden we er niet van, hooguit vinden we het lastig en misschien wat irritant dat we in de kerk op deze wijze over Gods liefde horen; -wat zegt u: God houdt van mij? Jezus heeft mij lief? God wil het beste in mij wakker roepen?
En dat moet ik vertrouwen?
Ach, mensen, hoe moeilijk ís het om op God te vertrouwen! Kijk hoe moeilijk de volken in en rond het land Israel het op dit moment hebben om te vertrouwen, om vertrouwen te behouden, om weer vertrouwen te krijgen.
Mogen de vredesgroepen van Joden en van Palestijnen het vol houden!
Wat wij kunnen doen: Ons door Jezus laten gezeggen, de vraag diep tot ons laten doordringen ´of en in hoeverre wij ons door onze rijkdom, door ons bezit laten leiden´.
Is het niet zo dat bezit afgeschermd wil worden, en dat we ons dáarvoor dus druk gaan maken? Wil bezit niet gewoon nog groter worden, en maken we onszelf dáarvan slaaf? Hoeveel heilige huisjes en koeien hebben we al wel.
Gaat het er écht om om ieder-voor-zich alles in bezit, in eigendom te hebben?, of is het belangrijk dat de goederen, de producten, gebrúikt kunnen worden, door iedereen, over de hele wereld.
En tóch: God houdt van ons.
Ja, daar kunnen we omheen -zonder bedroefd te worden-. Óf we laten ons er door raken en laten het beste in ons wakker roepen.
We kunnen kiezen. De vraag is of we er wel áan willen.
Gaan we dr voor?, met Gods bevrijdende Tien Aanwijzingen ten Leven. Kunnen ook wij verheugd zijn met Gods Wet ...
Als we kiezen voor het Rijk Gods van Jezus, kiezen we om vrij te zijn voor God en de medemens. Dan komen we los van krampachtige bezitterigheid. We gaan dan beseffen dat er zoveel méér is dan wat er te koop is.
Dat een leven van té veel rijkdom onrecht doet aan diegenen die niet rond kunnen komen. Ook hier bij ons. -Veel alleenstaanden die ziek zijn, hebben maandelijks te weinig inkomen-.
Dat de rijke jongeling rijk was, werd hem niet kwalijk genomen. Maar wel dat hij niet door het oog van de naald ging. Om de ballast van het té veel af te laden uit zorg voor de armen. Dat verhinderde hem Jezus te volgen.
Als ook wij in dat leven van het Rijk Gods willen binnenkomen en Jezus willen volgen, zullen we mèt ons geld en goed ‘arm met geest’ moeten worden, met Gods Geest.
´Verkoop alles wat je bezit en geef het geld aan de armen' kan nu zo klinken: 'Zorg voor rechtvaardige bezitsspreiding en eerlijke verdeling, zodat de diepe kloof tussen rijk en arm gedicht wordt. Reageer tegen de onrechtvaardigheid van het marktmechanisme, tegen structurele ongelijkheden. Wees bewust van wat zich afspeelt aan onrecht in onze wereld. Verenig je met andere gelovigen, om via verenigingen en gemeenschappen druk uit te oefenen op de machthebbers, de politieke leiders, de directies en commissarissen van multinationals en banken. Wijs krachtdadig op hun immense verantwoordelijkheid voor een meer rechtvaardige wereld.
En blijven we ondertussen niet zelf bij onze vele pakken zitten; we gaan onze medemens niet overbluffen met dure spullen, overbodige luxe en chique gedoe. En wie zijn wij dat we het recht zouden hebben om ons welvaartsnivo af te schermen van anderen. We leven met open hart en met open handen; met delende liefde.
En laten we -ook als diaconie- vooral meedoen aan projecten om ´fair trade` te bevorderen.
Verdrietig of verheugd; wat worden we van de woorden van God?
Liefde voor God is positieve liefde tot geboden, tot de aanwijzingen ten leven; vreugde om de Tora. Wat geweldig dat God ons die heeft ingegeven!
(verkondiging op zondag 11 okt. 2015)
Welkom
Welkom op mijn weblog.
Hier vind je allereerst bevindingen (berichten) van mij tijdens mijn verblijf in Israel/Palestina; op de pagina Waarnemer in Yanoun, te beginnen op 13 november 2012 (zie: Blogarchief). Verder vind je teksten die ik voor kerk en maatschappij heb geschreven; korte op dezelfde genoemde pagina en wat langere op andere pagina´s.
Laat ajb weten of ze je boeien.
Hier vind je allereerst bevindingen (berichten) van mij tijdens mijn verblijf in Israel/Palestina; op de pagina Waarnemer in Yanoun, te beginnen op 13 november 2012 (zie: Blogarchief). Verder vind je teksten die ik voor kerk en maatschappij heb geschreven; korte op dezelfde genoemde pagina en wat langere op andere pagina´s.
Laat ajb weten of ze je boeien.
maandag 12 oktober 2015
woensdag 21 januari 2015
Zoek samen waar je elkaar kan vinden: wat is jouw bron van leven?
Blijf niet ieder je eigen gelijk maar poneren, maar zoek samen waar je elkaar kan vinden. Dat is wat ik in deze weken van harde verdeeldheid hier in Europa kan horen in de tekst die gekozen is voor ons gebed om eenheid van christenen (Johannes 4: 4-30 en 39-42).
Het begin van de tekst klinkt als een roman, als een romance.
Een man zit alleen aan de rand van de bron; net als in het verhaal van Jacob en Rachel. Het is midden op de dag. Het is broeierig warm en alles ligt stil. Op dat onmogelijke uur gaat een vrouw alleen water halen. Blijkbaar is zij een vrouw die buiten de gemeenschap leeft want water halen dat doe je vroeg in de ochtend of 's avonds net voordat de zon ondergaat -samen met anderen.
De man bij de bron heeft dorst en vraagt de vrouw om water. Op zich is dat niets bijzonders.
Ware het niet dat het op deze plek bij de oude put van Rachel en Jacob een joodse man is en een vrouw uit het volk van Samaria die elkaar ontmoeten. Normaliter gingen Joden en Samaritanen niet met elkaar om. Er bestond een grote kloof tussen die twee, op grond van een gegeven uit een ver verleden, de tijd van de Balylonische ballingschap. Joden en Samaritanen hebben weliswaar een gemeenschappelijke geloofsbron, namelijk de vijf boeken van Mozes, de Tora, maar de Samaritanen hebben zich vermengd met andere culturen en hebben hun eigen plek waarop ze God, de Eeuwige aanbidden; niet in Jerusalem maar in Sichem -op de berg niet zo ver van deze bron. Joden en Samaritanen lopen in Jezus´ tijd met een grote boog om elkaar heen -zoals lange tijd ook rooms-katholieken en protestanten niets van elkaar moesten hebben.
Ik ben er geweest -twee jaar terug al weer-, bij die bron van Rachel in Sichem; een mooie kerk is er gebouwd in de Palestijnse stad Nablus -zoals het nu heet. Ook was ik er in de sjoel van de Samaritanen, op de berg.
Een mooie, levendige stad, waar moslims en christenen en samaritanen door elkaar leven in een omgeving van militaire bezetting door de buur-staat Israel.
In het kort geschetst: een hedendaagse omgeving waar mensen in grote verdeeldheid leven én waar moslims en christenen elkaar respecteren. En van de tijd van Jezus weten we dat in diezelfde omgeving groepen mensen door elkaar en langs elkaar en naast elkaar leefden in omstandigheden van bezetting door de Romeinen..JPG)
In zulke omstandigheden en in onze tijd van verhardende verdeeldheid, m.n. in de Westerse en Islamitische wereld, stellen mensen zich de fundamentele vraag: bij welke bron vinden we nou toch vertrouwen-biedende aanwijzingen voor hoe te handelen, hoe te denken, hoe te spreken in de richting van een perspektiefvolle toekomst voor mensen-samen?
Het is opmerkelijk dat de joodse man Jezus -tegen alle regels en vooroordelen in- de vrouw uit Samaria bij de bron aanspreekt. Bovendien: zij is vrouw en vrouwen sprak je als man niet aan in het openbaar. De vrouw is zich bewust van de kloof tussen hem en haar en ze durft het te benoemen:'Hoe kun jij, jood zijnde, van mij, een Samaritaanse vrouw, te drinken vragen? ' Deze vrouw-alleen is wellicht op haar hoede, maar op haar mondje gevallen is ze niet.
Zo ontspint zich een gesprek op voet van gelijkwaardigheid waarin gespeeld wordt met dubbele bodems van uitdrukkingen zoals levend water, drinken, dorst en bron.
.JPG)
Wat zou dat mooi zijn: water waar je geen dorst meer van krijgt. Geen twee emmertjes water halen in de hitte van de dag. En nog mooier als het water je diepe verlangens zou kunnen lessen, een verlangen naar een vitale bron, een leven waar je niet uitgeput raakt van je werk, van van-alles-en-nog-wat dat moet -ook in de weekeinden. Soms kun je heel intens verlangen naar zo'n bron van geestkracht die een richting wijst, doel en zin geeft aan je bestaan.
Is het dat waar ook deze vrouw ten diepste naar verlangt? Begrijpt ze, begrijpen wij de dubbele bodem van het gesprek?
Ineens draaien de rollen van het gesprek namelijk om. Jezus die vraagt om water is degene die levend water wil geven, wil zijn.
Levend water, als een beeldspraak voor het Woord en de Geest van God die stroomt als water, helder en verkwikkend, altijd in beweging, steeds weer gelijk, steeds weer anders. Geen god die zich laten vangen in starre dogma's, of in dode letters, maar levendig en Geestrijk; Tora, TeNaCh, Bijbel, ...
Verrassenderwijs gooit Jezus het over een andere boeg en stuit de vrouw tegen het zere been: "Ga heen en haal je man." Een rare opmerking die de levenssituatie van deze vrouw ontmaskerd: Ze heeft vijf mannen gehad maar nu is ze alleen.
Daar zien we haar zitten bij de bron: kwetsbaar, misschien ook een gevoel van schaamte, ontbloot. Toch laat ze zich niet van de wijs brengen, integendeel: ze ziet Jezus als een profeet, als een mens die met God te maken heeft, als een ziener, die doorziet. Vervolgens zet ze het gesprek voort over godsdienstige verschillen tussen Samaritanen en Joden. Maar Jezus onderbreekt haar opnieuw en het is alsof hij nu zou zeggen: 'Het gaat er niet om in welke kerk je staat, of je vijf of meer mannen hebt gehad, of je nu katholiek of protestants bent, moslim of jood of samaritaan. Gods Geest is niet gebonden aan tijd, aan plaatsen, aan hokjes-denken. Het gaat om jou, om jouw situatie waarin jij nu leeft, om Gods Geest, die jou geestkracht wil geven als een bron van leven.'
Daarmee weet Jezus haar diepste 'ik' aan te boren door aangesproken te worden in haar mens zijn. Niet als ´maar´ een Samaritaanse, niet als ´maar´ een vrouw met dat dubbelzinnige verleden of zielig-alleen, maar juist als een mens waarin een bron van levend water schuilgaat.
Het mooie van deze ontmoeting is de wederkerigheid: de vrouw openbaart de identiteit van Jezus als de Messias die komen zal.
En Jezus bevestigt dat: Inderdaad ik ben, ik ben die ik ben, mensbeeld van die God van de Tora.
Het is de eerste keer dat de evangelist Johannes in zijn evangelie onthult wie Jezus is. De Samaritaanse ontdekt de bron van levend water in Hem, en ook in haarzelf. Ze vertrouwt op haar eigen kracht, gaat op weg en brengt anderen tot geloof. Volgens mij is zij de eerste vrouwelijke apostel in het Johannesevangelie, later gevolgd door Maria Magdalena en anderen.
Je ziet en voelt dat het in deze ontmoeting gaat stromen. Het grappige is dat juist doordat er verschillen van herkomst, traditie, cultuur en sexe worden benoemd er ruimte ontstaat om te laten zien wie je bent. Dat geldt in dit verhaal voor Jezus maar ook voor de vrouw. Als je in een ontmoeting, in een gesprek dieper durft te gaan dan de oppervlakte, anders dan roddelpraatjes, juist niet napraten van angstverhalen, ja dan praat je ineens anders over de ander, met de ander.
Bron van levend water is Hij, is zij -terwijl ze met elkaar praten.
.JPG)
Ze laten zich niet meer bang maken, niet door de Romeinen en ook niet door hun kruiperige leiders. Nee, ze overstijgen oude tegenstellingen.
Is dat niet ten diepste ook de kracht van de oecumene? De bron van het leven ontdekken in de ontmoeting met elkaar en Gods geestkracht laten waaien: verschillen benoemen, toelaten en elkaar de ruimte geven en komen tot iets gezamenlijks.
Want vaak zien we de andere kant: bronnen die opgedroogd zijn waar geen levend water stroomt en vloeit. Mensen die vastzitten omdat ze niet durven te praten -met elkaar of over hun gevoelens, over verwachtingen waar je niet aan kunt voldoen -omdat er te veel kracht van je geëist wordt- en over het moeten voldoen aan de eisen die de economische mallemolen aan je stelt, waardoor je -net als de vrouw bij de bron- op je hoede bent, misschien zelfs met een pantser om je heen loopt. En is er niet net deze dagen het gevaar dat we ons nog meer gaan pantseren?!
Maar gelukkig: soms zien we het hier gebeuren in onze regio, in Mechelen en hier in Beerzel: water dat stroomt, mensen die voor elkaar een bron worden door zich open te stellen voor de ander. Ontmoetingen die de diepte in gaan met mensen uit verschillende godsdienstige tradities -of geen traditie- en afkomstig uit verschillende streken: toegedekt verdriet dat wordt gedeeld, maar ook de kleine alledaagse verhalen waaruit je levenskracht put. Daarin zien we Gods geestkracht oplichten...
Waar vind je de bron van leven?
Misschien kan dit thema van vandaag en dit verhaal ons uitnodigen om sámen te gaan zitten en elkaar te vragen: ´wat zijn je zorgen?´, en elkaar te vertellen: ´welke zijn je verlangens´, en met elkaar, samen, te horen van elkaar: ´wat zegt ons onze levensbeschouwelijke bron over de mogelijke gezamenlijke toekomst -voor ons en voor onze kinderen- en hoe die te bereiken?´
Want het verrassende is dat én de moslims én de christenen én de joden én de samaritanen in hun geschriften de Tora als gemeenschappelijke basis hebben.
Dus: laat je niet bang maken, blijf niet ieder je eigen gelijk maar poneren, maar zoek samen waar je elkaar kan vinden: wat is jouw bron van leven? Wanneer voel jij het water dat stroomt en sprankelt? Durf, ga, vertrouw.
( Tekst uitgesproken in de oecumenische viering in de kerk in Beerzel, 20-01-2015. Met dank aan Jan Vernooij en Anette Sprotte.)
Het begin van de tekst klinkt als een roman, als een romance.
Een man zit alleen aan de rand van de bron; net als in het verhaal van Jacob en Rachel. Het is midden op de dag. Het is broeierig warm en alles ligt stil. Op dat onmogelijke uur gaat een vrouw alleen water halen. Blijkbaar is zij een vrouw die buiten de gemeenschap leeft want water halen dat doe je vroeg in de ochtend of 's avonds net voordat de zon ondergaat -samen met anderen.
De man bij de bron heeft dorst en vraagt de vrouw om water. Op zich is dat niets bijzonders.
Ware het niet dat het op deze plek bij de oude put van Rachel en Jacob een joodse man is en een vrouw uit het volk van Samaria die elkaar ontmoeten. Normaliter gingen Joden en Samaritanen niet met elkaar om. Er bestond een grote kloof tussen die twee, op grond van een gegeven uit een ver verleden, de tijd van de Balylonische ballingschap. Joden en Samaritanen hebben weliswaar een gemeenschappelijke geloofsbron, namelijk de vijf boeken van Mozes, de Tora, maar de Samaritanen hebben zich vermengd met andere culturen en hebben hun eigen plek waarop ze God, de Eeuwige aanbidden; niet in Jerusalem maar in Sichem -op de berg niet zo ver van deze bron. Joden en Samaritanen lopen in Jezus´ tijd met een grote boog om elkaar heen -zoals lange tijd ook rooms-katholieken en protestanten niets van elkaar moesten hebben.
Ik ben er geweest -twee jaar terug al weer-, bij die bron van Rachel in Sichem; een mooie kerk is er gebouwd in de Palestijnse stad Nablus -zoals het nu heet. Ook was ik er in de sjoel van de Samaritanen, op de berg.
Een mooie, levendige stad, waar moslims en christenen en samaritanen door elkaar leven in een omgeving van militaire bezetting door de buur-staat Israel.
In het kort geschetst: een hedendaagse omgeving waar mensen in grote verdeeldheid leven én waar moslims en christenen elkaar respecteren. En van de tijd van Jezus weten we dat in diezelfde omgeving groepen mensen door elkaar en langs elkaar en naast elkaar leefden in omstandigheden van bezetting door de Romeinen.
In zulke omstandigheden en in onze tijd van verhardende verdeeldheid, m.n. in de Westerse en Islamitische wereld, stellen mensen zich de fundamentele vraag: bij welke bron vinden we nou toch vertrouwen-biedende aanwijzingen voor hoe te handelen, hoe te denken, hoe te spreken in de richting van een perspektiefvolle toekomst voor mensen-samen?
Het is opmerkelijk dat de joodse man Jezus -tegen alle regels en vooroordelen in- de vrouw uit Samaria bij de bron aanspreekt. Bovendien: zij is vrouw en vrouwen sprak je als man niet aan in het openbaar. De vrouw is zich bewust van de kloof tussen hem en haar en ze durft het te benoemen:'Hoe kun jij, jood zijnde, van mij, een Samaritaanse vrouw, te drinken vragen? ' Deze vrouw-alleen is wellicht op haar hoede, maar op haar mondje gevallen is ze niet.
Zo ontspint zich een gesprek op voet van gelijkwaardigheid waarin gespeeld wordt met dubbele bodems van uitdrukkingen zoals levend water, drinken, dorst en bron.
Wat zou dat mooi zijn: water waar je geen dorst meer van krijgt. Geen twee emmertjes water halen in de hitte van de dag. En nog mooier als het water je diepe verlangens zou kunnen lessen, een verlangen naar een vitale bron, een leven waar je niet uitgeput raakt van je werk, van van-alles-en-nog-wat dat moet -ook in de weekeinden. Soms kun je heel intens verlangen naar zo'n bron van geestkracht die een richting wijst, doel en zin geeft aan je bestaan.
Is het dat waar ook deze vrouw ten diepste naar verlangt? Begrijpt ze, begrijpen wij de dubbele bodem van het gesprek?
Ineens draaien de rollen van het gesprek namelijk om. Jezus die vraagt om water is degene die levend water wil geven, wil zijn.
Levend water, als een beeldspraak voor het Woord en de Geest van God die stroomt als water, helder en verkwikkend, altijd in beweging, steeds weer gelijk, steeds weer anders. Geen god die zich laten vangen in starre dogma's, of in dode letters, maar levendig en Geestrijk; Tora, TeNaCh, Bijbel, ...
Verrassenderwijs gooit Jezus het over een andere boeg en stuit de vrouw tegen het zere been: "Ga heen en haal je man." Een rare opmerking die de levenssituatie van deze vrouw ontmaskerd: Ze heeft vijf mannen gehad maar nu is ze alleen.
Daar zien we haar zitten bij de bron: kwetsbaar, misschien ook een gevoel van schaamte, ontbloot. Toch laat ze zich niet van de wijs brengen, integendeel: ze ziet Jezus als een profeet, als een mens die met God te maken heeft, als een ziener, die doorziet. Vervolgens zet ze het gesprek voort over godsdienstige verschillen tussen Samaritanen en Joden. Maar Jezus onderbreekt haar opnieuw en het is alsof hij nu zou zeggen: 'Het gaat er niet om in welke kerk je staat, of je vijf of meer mannen hebt gehad, of je nu katholiek of protestants bent, moslim of jood of samaritaan. Gods Geest is niet gebonden aan tijd, aan plaatsen, aan hokjes-denken. Het gaat om jou, om jouw situatie waarin jij nu leeft, om Gods Geest, die jou geestkracht wil geven als een bron van leven.'
Daarmee weet Jezus haar diepste 'ik' aan te boren door aangesproken te worden in haar mens zijn. Niet als ´maar´ een Samaritaanse, niet als ´maar´ een vrouw met dat dubbelzinnige verleden of zielig-alleen, maar juist als een mens waarin een bron van levend water schuilgaat.
Het mooie van deze ontmoeting is de wederkerigheid: de vrouw openbaart de identiteit van Jezus als de Messias die komen zal.
En Jezus bevestigt dat: Inderdaad ik ben, ik ben die ik ben, mensbeeld van die God van de Tora.
Het is de eerste keer dat de evangelist Johannes in zijn evangelie onthult wie Jezus is. De Samaritaanse ontdekt de bron van levend water in Hem, en ook in haarzelf. Ze vertrouwt op haar eigen kracht, gaat op weg en brengt anderen tot geloof. Volgens mij is zij de eerste vrouwelijke apostel in het Johannesevangelie, later gevolgd door Maria Magdalena en anderen.
Je ziet en voelt dat het in deze ontmoeting gaat stromen. Het grappige is dat juist doordat er verschillen van herkomst, traditie, cultuur en sexe worden benoemd er ruimte ontstaat om te laten zien wie je bent. Dat geldt in dit verhaal voor Jezus maar ook voor de vrouw. Als je in een ontmoeting, in een gesprek dieper durft te gaan dan de oppervlakte, anders dan roddelpraatjes, juist niet napraten van angstverhalen, ja dan praat je ineens anders over de ander, met de ander.
Bron van levend water is Hij, is zij -terwijl ze met elkaar praten.
Ze laten zich niet meer bang maken, niet door de Romeinen en ook niet door hun kruiperige leiders. Nee, ze overstijgen oude tegenstellingen.
Is dat niet ten diepste ook de kracht van de oecumene? De bron van het leven ontdekken in de ontmoeting met elkaar en Gods geestkracht laten waaien: verschillen benoemen, toelaten en elkaar de ruimte geven en komen tot iets gezamenlijks.
Want vaak zien we de andere kant: bronnen die opgedroogd zijn waar geen levend water stroomt en vloeit. Mensen die vastzitten omdat ze niet durven te praten -met elkaar of over hun gevoelens, over verwachtingen waar je niet aan kunt voldoen -omdat er te veel kracht van je geëist wordt- en over het moeten voldoen aan de eisen die de economische mallemolen aan je stelt, waardoor je -net als de vrouw bij de bron- op je hoede bent, misschien zelfs met een pantser om je heen loopt. En is er niet net deze dagen het gevaar dat we ons nog meer gaan pantseren?!
Maar gelukkig: soms zien we het hier gebeuren in onze regio, in Mechelen en hier in Beerzel: water dat stroomt, mensen die voor elkaar een bron worden door zich open te stellen voor de ander. Ontmoetingen die de diepte in gaan met mensen uit verschillende godsdienstige tradities -of geen traditie- en afkomstig uit verschillende streken: toegedekt verdriet dat wordt gedeeld, maar ook de kleine alledaagse verhalen waaruit je levenskracht put. Daarin zien we Gods geestkracht oplichten...
Waar vind je de bron van leven?
Misschien kan dit thema van vandaag en dit verhaal ons uitnodigen om sámen te gaan zitten en elkaar te vragen: ´wat zijn je zorgen?´, en elkaar te vertellen: ´welke zijn je verlangens´, en met elkaar, samen, te horen van elkaar: ´wat zegt ons onze levensbeschouwelijke bron over de mogelijke gezamenlijke toekomst -voor ons en voor onze kinderen- en hoe die te bereiken?´
Want het verrassende is dat én de moslims én de christenen én de joden én de samaritanen in hun geschriften de Tora als gemeenschappelijke basis hebben.
Dus: laat je niet bang maken, blijf niet ieder je eigen gelijk maar poneren, maar zoek samen waar je elkaar kan vinden: wat is jouw bron van leven? Wanneer voel jij het water dat stroomt en sprankelt? Durf, ga, vertrouw.
( Tekst uitgesproken in de oecumenische viering in de kerk in Beerzel, 20-01-2015. Met dank aan Jan Vernooij en Anette Sprotte.)
donderdag 2 oktober 2014
Kerk, synagoge en moskee, aan welke kant?
Tekst bij ppPresentatie aug2014. Waarnemer op de Westbank, namens de kerken, internationaal.
1. Wat kan de rol van kritische christenen zijn ten behoeve van een proces naar vrede, in casu in het conflict tussen de staat Israel en de Palestijnse bevolking in de bezette gebieden?
Ik wil u laten zien en meebeleven wat ik ter plaatse in de Westbank heb ondervonden, vorig jaar. En gaandeweg mijn presentatie zal de vraag omtrent de rol van theologie en kerk opdoemen.
Ik begin met de vraag Waarom zouden niet-joden en ook niet-godsdienstigen zich iets aantrekken van wat de God van de TeNaCh zegt over volk en land; of andersom, van wat in de TeNaCh gezegd wordt over een God die aan een specifiek volk een specifiek grondgebied belooft?.JPG)
2. Ieder volk heeft op zn tijd behoefte aan zn eigen constituerende teksten. B.v.: De Bijbelse Wet en Profeten maken er melding van dat God aan het volk Israël land belooft om er zich te kunnen vestigen, land, een plek onder de zon, een eigen vrije plaats om te leven, zowel in sociale en culturele als in politieke en economische zin. Deze belofte is al eeuwen lang van levensbelang voor Joden, of ze nu binnen of buiten de staat Israël wonen en ongeacht hun eigen interpretatie van Jood-zijn ( dus of ze nu orthodox of liberaal zijn, deelnemen aan synagogaal leven of zich agnostisch opstellen). De belofte blijft van kracht in een wereld die niet op orde is, die niet veilig is en die niet vanzelfsprekend ruimte biedt aan Joden. Die belofte moet voor hen van kracht blijven. Hoe zouden ze anders in deze wereld kunnen leven? Op grond van deze belofte, maar ook zonder die -maar wel op grond van internationaal volkenrecht-, kan hen het recht op land en op vorming van een eigen sociale, culturele en politieke samenleving niet worden ontzegd. Integendeel, het moet door hen zelf en door de anderen worden bevorderd en verdedigd (naar MdenDulk).
Maar, wat betekent ´uitverkoren volk´ zijn?
De vraag die Paul heeft gesteld, ´kunnen wij ons vandaag nog voorstellen dat er een externe godheid bestaat die een land aan een bepaald volk toewijst?´, doet mij spontaan zeggen: O ja, die problematiek houdt ons dagelijks bezig in Europa; denk maar aan ons zoeken naar een Europese identiteit. Hoe we bezig zijn met onze historie te her-denken en te her-vertellen hoe de christelijke traditie Europa tot vrede brengt, ons-europeanen tot vredelievende burgers constitueert. Tegelijkertijd menen velen dat de Islam hier (dus) niet bij hoort (´want wij hebben de Verlichting doorgemaakt´).
Het bezig zijn met de vorming van een eigen identiteit en het daarbij een beroep doen op een externe, hogere autoriteit, of een instantie die ons overstijgt, is van alle tijden en plaatsen. Denk maar aan de nieuwe gemeenschappen die gevormd werden ten tijde van de gemeentelijke her-indelingen en denk ook maar aan de verwoede pogingen die gedaan worden om een vlaamse identiteit op te poetsen.
Ik heb me verwonderd hoe -enkele jaren geleden- in Cuba bij het werken aan een gezamen-lijke identiteit niet teruggegrepen werd op de roemrijke socialistische heldengeschiedenis, maar op de eenheid-oproepende en inspiratie-biedende 19e-eeuwse dichter José Martí.
Op eenzelfde wijze heb ik begrepen dat in de Joodse traditie het geschrift TeNaCh gebruikt is en wordt, namelijk om telkens opnieuw de steeds weer opkomende vraag te proberen te beantwoorden: Hoe kunnen we ´volk van God´ worden? (Niet: hoe zijn we volk van God geworden.)
Ik denk dat we hier in Westeuropa een gezamenlijk ´project´ missen, een ideaal,´waar stáan we voor´, waar willen we naar toe, wie willen we zijn?
Ik dácht dat we met de verhalen en teksten van de 12 stammen van Israel mooi op weg konden gaan, maar als ik zie wat anno 2014 de christelijke wereld voorstelt en hoe de staat Israel zn eigen traditie verkwanselt en hoe het de islam-tradities maar niet lukt om hun verdeeldheden en extremistische uitwassen te overwinnen dan houd ik mn hart vast.
Goed, dit gezegd zijnde ...
EAPPI, het oecumenisch begeleidingsprogramma in Palestina en Israël, is een programma van de Wereldraad van Kerken. Het zijn de kerken internationaal die elke drie maanden vrijwilligers werven voor dit programma. Mijn zending, vorig jaar in de wintermaanden, was vanuit de Belgische Protestantse Kerk.
3. Al sinds de oorlog van 1967 bezet het Israëlische leger Gaza, Oost-Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever. Vanaf dan vestigen Israelische burgers zich in zogenoemde settlements in dit grondgebied. De Palestijnse inwoners daar hebben te maken met allerlei beperkingen. Het is vanwege een verjagen van Palestijnse dorpsbewoners -door Israelische settlers- dat er internationale aandacht kwam, in 2002. De bewoners van het dorpjeYanoun waren gevlucht -naar Aqraba, een stadje dichtbij. Het is daarom dat lokale kerken in de Palestijnse gebieden hulp vroegen aan de kerken in het buitenland.
4. Sindsdien komen vanuit tientallen kerken over de hele wereld vrijwilligers om voor enkele maanden te helpen als oecumenisch begeleider in Israël en Palestina.
Hun aanwezigheid biedt bescherming aan de gemeenschap.
5. Ze werken in kleine internationale teams op 7 verschillende plaatsen.
Het EAPPI-programma is neutraal tussen de partijen.Wél staat EAPPI voor de bescherming van de internationale rechten van de mens. Waar schendingen plaatsvinden worden die geregistreerd en gerapporteerd.
EAPPI-volunteers staan dagelijks bij checkpoints, houden schendingen van mensenrechten bij en doen hiervan verslag -aan de VN, via het kantoor in Jerusalem. Het is dus de taak van de oecumenische begeleiders om door hun aanwezigheid bij te dragen aan vrede en naleving van de mensenrechten in Israël en Palestina.
De aanwezigheid van de Oecumenische begeleiders heeft een de-escalerend effect, met name daar waar kolonisten zich gevestigd hebben en de bewoners lijden onder intimiderend gedrag.
6. Vanuit Yanoun gaat het team iedere zondag in Nablus naar een van de kerken. Ook daar krijgen we telkens te horen hoe blij men is met de internationale kerkelijke aanwezigheid.
We zijn in de vieringen geweest van een katholieke parochie, van de Anglicaanse gemeenschap, van de Grieks-Orthodoxe kerk en van de Melkieten (dit is een met Rome geünieerde Byzantijnse gemeenschap) .
7. Met Kerst was ik in Betlehem; een prachtige ervaring: uitbundig feest op straat, vele muziekkorpsen, vrolijkheid, gezang, ...
8. Veel van het land van de bewoners is onteigend voor de bouw van Israëlische neder-zettingen en de aanleg van militaire terreinen. De Israëlische overheid controleert het verkeer, bouwt muren en plaatst checkpoints.
De muur, of op sommige plaatsen het hek, rond de Westelijke Jordaanoever verkleint het gebied van de Palestijnen en beperkt ze in hun bewegingsvrijheid.
Israëlische kolonisten en de overheid onteigenen land en slopen huizen van Palestijnen.
9. De dorpsbewoners van Yanoun, in de regio Nablus, zijn blij met de internationale bescherming.
Het dorpje Yanoun werd dus en wordt nog bedreigd. Oecumenisch begeleiders leven mee met de inwoners. Dagelijks laten we ons zien, aan de mensen in het dorp, en aan de wachtpost van het settlement hoog op de berg.
10. Om 07h00 uur beginnen we met een wandeling en zien dan de kinderen buiten komen om naar school te gaan en we zien mannen en jongens hun schapen voeren, bij de kribbes.
11. Vrij wandelen in de omgeving zou fijn zijn, zeker om bv te genieten van de natuur en van de uitzichten, richting Jordaanvallei bv, en om een eeuwenoude bijzondere plaats te bezoeken -de grafheuvel van Nun (=de vader van Jozua). Deze ligt echter op een plaats die de settlers en de militairen moeilijk toegankelijk houden. (We hebben langs de kant van de weg munitie gezien (handgranaat?) waarvan we niet zeker waren of die nog op scherp stond. Over die weg gaan ook de kinderen die hun schapen hoeden.)
12. En, zoals regelmatig: de ouders zeggen tegen ons: fijn dat jullie er zijn.
Er is een schooltje in het dorp, -zo klein echter, dat de leerkrachten ook lesgeven op andere scholen in de dorpen in de regio.
13. En er is zelfs een klein winkeltje, om dagelijks te komen babbelen en thee te drinken.
Gelukkig zijn er dagen dat het rustig en ontspannen toeven is in het dorp.
14. Behalve dat we in Yanoun verblijven, is er de taak om in regio-dorpen te volgen wat er daar gebeurt. Iedere dag blijft éen teamlid in Yanoun en gaan de anderen, met de vaste chauffeur c.q. tolk, in de regio op bezoek. Het is vaak dat we opgebeld worden met de melding van een incident.
15. We gaan er heen om het verhaal te horen en rapport op te maken. In Burin bv zijn 50 olijfbomen vernield, afgebroken. De dorpelingen hebben geprotesteerd bij de militaire commandant, die als orde-handhaver moet optreden, maar ze horen niets over arrestaties.
Op de school in asSawiya horen we dat een groep militairen de school komt binnenvallen op zoek naar leerlingen die vermeend stenen hebben gegooid, naar voorbijrijdende Israelische auto´s. De heel vaak gebeurende invallen, met soms wél arrestaties en vaak niet, zorgen voor slechte concentratie bij de leerlingen, zo vertelt ons de schoolpsycholoog.
16. Sinds de Oslo-akkoorden is de Westbank verdeeld in drie beheer-gebieden. Bedoeling was dat gaandeweg de Palestijnen steeds meer zelf verantwoordelijkheid zouden krijgen voor beheer en bestuur. Feitelijk betekent het dat Israel de Palestijnse bewoning en bedrijven terugdringt uit gebied c en b naar a (a is het gebied van de grote steden). Tussen de gebieden worden roadblocks opgeworpen.
17. In Urif is het bijna iedere zaterdag, sabbat, prijs. Het EAPPI-team heeft een contactpersoon die opbelt als hij de eerste tekenen ziet van settlers die zich boven op de berg verzamelen. Wij kunnen dan op het platte dak van zijn huis de omgeving overzien en dan waarnemen hoe de groep settlers naar beneden komt, de berg af naar het dorp, om daar of de school te beschadigen of een huis te beschadigen, door met stenen ramen in te gooien, bv. Wat we daar gezien hebben, is -als je van schouwspel houdt- een kat- en muisspel tussen settlers, jongens van het dorp en militairen -die met meerdere jeeps het dorp komen doorcrossen.
18. Niet dat de militairen tussenkomen om te voorkomen dat de settlers hun pesterij uitvoeren, maar ze komen op het moment dat de jongens uit het dorp ver genoeg tegemoet gegaan zijn om hen te kunnen beschuldigen van stenen gooien.
En intussen werden wij gastvrij onthaald. Je zou het bijna komisch gaan vinden, maar het is toch intriest!
19. Heel vaak zijn er dus arrestaties. In het dorp Qariut hebben ze lange tijd de ervaring gehad dat er te onderhandelen valt met de militaire overheid. Demonstraties tegen de wegblokkade verliepen vreedzaam en de blokkade werd steeds wel verwijderd -zodat de dorpelingen normaal naar hun werk kunnen rijden-; maar later ook toch weer geplaatst. Bij een volgende demonstratie waren we als EAPPI-team aanwezig; niet om mee te doen, maar om te registreren hoe het zou verlopen. We werden getuigen van traangasgranaten en geluidsbommen. Deze keer hadden de militaire oversten kennelijk de opdracht om de mensen uit elkaar te drijven. Bashar, de vrijwillige coördinator van het jeugdcentrum, was ontsteld.
20. We werden een week later uit het dorp opgebeld; in de nacht waren er bij zes huizen harde, luidruchtige invallen gedaan; een gecoördineerde militaire actie, waarbij zes jongens, van 16, 17, 20 jaar, uit hun bed werden gelicht en meegenomen. De families in onrust achterlatend, want er werd niet verteld waarom, of waar naar toe. Wij konden als bemiddelend team naam en telefoonnummer geven van advocatenkantoor Addameer; deze kunnen ze vragen voor hen te gaan achterhalen waar de jongens naar toe gebracht waren en of ze contact mogen hebben.
Om kort te gaan: we zijn met de families meegegaan naar de militaire rechtbank. Om te zien hoe daar de gang van zaken is en om de families een hart onder de riem te steken.
Het heeft maanden geduurd, voordat een aanklacht werd opgesteld en er een uitspraak gedaan zou worden. Meerdere keren voorgeleidingen en weer uitstel van behandeling. De teams die de volgende maanden na ons kwamen, zijn ook steeds geweest. Er is op dit moment, meer dan anderhalf jaar verder, voor twee van de zes jongens nog geen duidelijkheid; ging het om stenen gooien, of om maken van molotov-cocktails?
21. Het dorp Aqaba is hét voorbeeld van gezamenlijke sterke, vredelievende spirit in de regio. De burgemeester en zijn dorpsraad krijgen het voor mekaar om de geest van vredelievendheid, verdraagzaamheid er bij elkaar in te houden. Ze hebben een prachtig dorpshuis, ze houden nadrukkelijk hun dorp schoon, ze bekostigen samen de renovatie van een paar huizen om die vrij te houden voor dorpelingen die eerder vertrokken waren en zo weer terug kunnen komen.
22. Ook groepen Israeli-en-Palestijnen-samen zetten activiteiten op om de bezetting te beëindigen of te verzachten. De groep Israelische vrouwen van MachsomWatch ontmoeten we aan de checkpoints. Ook zij rapporteren aan de VN, maar zij hebben nog een voordeel dat ze telefoonnummers hebben van de commandantspost daarbinnen -waarnaar ze kunnen bellen. Als de doorgangspoorten al wel een uur geblokkeerd zijn bv., kunnen ze bellen met de vriendelijke vraag: goh, als er niet echt iets aan de hand is, wil je dan de doorgang openen, want dr staat hier al een heel lange rij mensen te wachten om doorgelaten te worden.
Op dn duur hopen we dat onze rapporten aan de VN ook hun vruchten zullen afwerpen.
De Jahalin-bedoeienen die hun verblijf hebben ten oosten van Jerusalem worden ondersteund door Israelische en internationale burgers. Israel plant op hun gebied een grote uitbreiding van de stad Jerusalem; voorlopig is dat nog steeds, volgens internationaal recht, illegaal. In bezet gebied mag je niet bouwen en geen bewoners dwingen tot verplaatsing. (Stel je voor dat de Duitsers zoiets in de Tweede Wereldoorlog, hier voor mekaar hadden gekregen !?)
23. Nog een voorbeeld van waar Israelische, Palestijnse en internationale burger-organisaties elkaar vinden, in de wijk Sjeick Jarah, in oost-jerusalem -waar Israel huizen die door Palestijnen bewoond worden, vordert en aan eigen burgers ter bewoning geeft.
Elke vrijdag is hiertegen een gezamenlijke stille, vreedzame demonstratie. (Ook hier: als EA zijn we er, maar we zouden in dit geval ook kunnen deelnemen, want het betreft een gezamenlijke actie.)
24. Het EAPPI-programma heeft zowel met Palestijnse als met Israëlische groepen contact. Hier zie je bv genoemd: Breaking the Silence, van ex-dienstplichtigen, NewProfile en Rabbis for Human Rights.
25. B´Tselem is een Israelische organisatie die zich inzet voor de mensenrechten van de Palestijnen; bv door video-camera´s beschikbaar te stellen in dorpen die regelmatig allerlei schermutselingen te verduren hebben van settlers.
Combattants for Peace is een internationale christelijke organisatie die vrijwilligers uitstuurt om mensen in kwetsbare situaties te ondersteunen. Zo ook de International Solidarity Movement.
26. NewProfile is een organisatie van Israelische burgers die bv jonge tieners die binnenkort hun militaire dienstplicht van drie jaar moeten vervullen, informatie geven over de mogelijkheid van dienstweigeren. (Wij hebben hier geen dienstplicht meer; hier heeft het beroepsleger toch wel heel andere taken.)
27. Het EAPI-team van Yanoun reist ook wekelijks wel een dag naar de Jordaanvallei. Daar wonen heel wat bedoeienen en daar hebben toch ook heel wat mensen grond gepacht, om schapen te hoeden of voor gezamenlijke tuinbouwbedrijven. Zeer vruchtbaar gebied dat Israel grotendeels als area c heeft aangemerkt; niet door de Palestijnen te beheren. De settlements die hier gebouwd zijn en uitgebreid worden, hebben dan ook grote tuinbouwactiviteit.
28. De Jordaanvallei is hét deel van de bezette Westbank waar het grote onrecht wat aan bewoners gedaan wordt, schrijnend zichtbaar wordt, maar wat internationaal niet of nauwelijks gezien wordt. Het gaat er met name over water, beheer en dus gebruik van water. Het gaat over land, het gaat over huizen, het gaat over onderwijs; kortom het gaat over basisvoorwaarden van leven.
29. Hoe krijg je de mensen weg uit area c? Door telkens een gedeelte tot militair trainings-gebied te verklaren. Daar is het gevaarlijk, dus daar mag je niet zijn.
De bedoeienen hebben het al vaak meegemaakt. Zij zeggen echter: wij hebben hier al heel lange tijd mogen rondtrekken en verblijven, onze manier van leven kunnen leven, met toestemming van de eigenaren-grootgrondbezitters; wij gaan niet weg.
Het was op een zondagmorgen dat we een telefoontje kregen van een bedoeienenfamilie dat in de nacht en vroege ochtend de noodtenten -die gisteren door het RodeKruis gebracht waren-, afgebroken en geconfisceerd waren, door de militairen. En die tenten waren gebracht -een dag eerder- omdat de militairen gekomen waren om de nederzetting overhoop te halen en te vernielen; onbewoonbaar te maken.
We kwamen daar en troffen deze situatie aan.
30. En om de toestand nog ingewikkelder en beschamender te maken: We hebben gezien dat ook de kerk grootgrondbezitter is. En we hebben ons afgevraagd of die kerk niet gewoon tegen de bezetter zegt: die nomadengroepen verblijven daar op onze grond met onze toestemming.
Iets heel anders lijkt eerder waar, namelijk dat de kerk over haar grond deals sluit met Israel, met het Jewish National Fund. (We zijn niet zeker of het hier de Latin Patriarchate betreft.)
31. Natuurlijke waterbronnen zijn niet veel meer in openbaar gebruik, omdat de meeste bronnen door Israel zijn geconfisceerd. Al vele tientallen jaren in gebruik zijnde oude waterlopen, voor irrigatie van tuinbouwgronden, staan een groot deel van het jaar droog.
Hier kwamen we begin december.
32. Begin januari waren we er weer. Onze chauffeur en tolk was -net als anderen- als een kind zo blij met het water; We moesten met hem mee om op dezelfde plek weer te gaan kijken.
33. En over onderwijs gesproken, nu dus: langs de dorpen in de Jordaanvallei heeft Israel een snelweg aangelegd voor verkeer dat van Jerusalem naar het noorden, naar Nazareth en Galilea gaat en naar de settlements langs die route. Maar het kost de dorpsbewoners van anAuja bv., grote moeite om bij de Israelische autoriteit voor elkaar te krijgen dat er een tunnel of een brug zou worden aangelegd opdat de kinderen vanuit het dorp aan de ene kant van de weg kunnen oversteken naar de school aan de andere kant. Vier jaar procederen heeft nog steeds niks opgeleverd. Hopelijk gebeuren er niet al te veel ongelukken.
34. Ik laat u nog even zien met kaartjes hoe de ontwikkeling is geweest van de bewoning van het land vanuit de tijd dat de hele regio mandaatgebied was van Engeland, via een voorstel van verdeling in 1947, via de bezetting door Israel sinds 1967, tot aan nu.
En dan ga ik even terug naar de vraag van de mogelijke rol van theologie en kerk bij het zoeken naar een oplossing voor dit oorlogsconflict.
35. Op 15 mei 1948 riep David Ben Gurion de staat Israël uit. Zionistische milities waren al voor die datum begonnen met het veroveren van land, bovenop het gebied dat de Joodse staat volgens het VN-voorstel zou omvatten. Na de stichting van Israël escaleerde het conflict met de omringende Arabische landen, maar die waren geen partij voor het leger dat Israel al had opgebouwd. Uiteindelijk werd in 1949 een wapenstilstand gesloten. Israël had toen controle verworven over 78% van Palestina. Binnen dit gebied hebben Israëlische milities en leger-eenheden in 1948-49 bijna 500 Palestijnse dorpen ontvolkt en/of vernietigd. Meer dan 700.000 Palestijnen werden van huis en haard verdreven. Israëlische historici hebben intussen aangetoond dat dit systematisch is gebeurd, waardoor sprake was van etnische zuiveringen.
36. In 1993 begon het Oslo-vredesproces, gebaseerd op de formule “land voor vrede”: in ruil voor vrede zou Israël de Palestijnen hun land teruggeven, d.w.z. de Westoever, inclusief Oost-Jeruzalem, en de Gazastrook. Vanaf 1967 waren deze gebieden echter op grote schaal gekoloniseerd. Overal heeft Israël nederzettingen gebouwd, die volgens het internationale recht illegaal zijn. Heel geleidelijk kregen de Palestijnen tijdens Oslo een zekere controle over kleine delen van de bezette gebieden (de “Palestijnse Autonome gebieden”). Van een betekenisvolle overdracht van land was echter geen sprake. Integendeel: tijdens het Oslo-proces verdubbelde Israël de nederzettingen in omvang en inwoneraantal.
37. EAPPI is niet alleen meeleven met mensen ter plaatse maar ook stem geven aan de mensen wie onrecht wordt gedaan! En daarbij treffen we als kerkelijke organisatie steun aan ook van gods-dienstige gemeenschappen van joodse huize.
Deze orthodox-joodse synagoge in Jerusalem steunt van harte het werk van EAPPI. Ook zij vinden dat er door hun overheid een verkeerde politiek wordt bedreven omtrent de bezette Palestijnse gebieden. Wij, alle teams van EAPPI, hebben bij hen op een vrijdagavond de sabbatviering mogen meemaken en daarna werden we gastvrij onthaald bij de families thuis om met hen de sabbatmaaltijd te gebruiken. Echt een feest!
Het zijn ook zogenoemde Rabbis for Human Rights die een steentje bijdragen aan het veranderen van de Israelische politiek-van-bezetting. Zij komen naar de Palestijnse dorpen om daar te helpen opnieuw olijfbomen aan te planten.
De kerk en de synagoge kunnen dus hand in hand gaan als het gaat om bevorderen van vrede.
38. Zoals al gezegd: Vanuit Yanoun gingen we in Nablus naar de kerk. Verder hebben we daar nog andere mensen en organisaties ontmoet.
39. Hier de katholieke kerk en de anglicaanse priester, father Ibrahim. Het zijn kleine kerk-gemeenschappen, net zo klein als de protestantse gemeenten en de basisgroepen hier in Belgie. Zij voelen zich duidelijk gesteund door de aanwezigheid van de volunteers uit wereldwijde kerken. Ze zeggen ook dat het proces van samen het zogenoemde Kairos-document opstellen hen tot een eenheid heeft gebracht die ze als een zegen beschouwen.
40. Project Hope is een internationale vrijwilligersorganisatie die activiteiten voor kinderen organiseert, om kinderen in moeilijke situatie toch ook kind te kunnen laten zijn. Ik heb bij Project Hope vrijwillige jeugdwerkers ontmoet uit de VS, Frankrijk en Belgie !. Zij verzorgen activiteiten in de dorpen in de regio en in het vluchtelingen kamp.
Gevraagd naar de betekenis van het werk van ProjectHope, en van EAPPI, en van Rabbis fHR, en van ...-noem de ngo´s maar op-, zei de coördinator: We use force, our force to come to peace. Onze kracht, ons drukmiddel is die van de hoop.
De vrouw rechts is de sprankelende coördinator van de vrouwenwerking van het Balata-vluchtelingen-kamp. De vrouwen van ons EAteam hebben met haar samengewerkt.
41. Iedere EAvrijwilliger gaat op bezoek bij twee andere teams. In Betlehem heb ik de gigantisch hoge muur gezien. Met de dagelijkse gang door het checkpoint, beginnend ´s morgens vroeg om 04h00. En zoals je ziet op de foto: Een mens moet er mee leren omgaan. Mensen blijven bewonderenswaardig creatief !
42. Er zijn nog plaatsen waar de muur nog niet gebouwd is, maar wel gepland. In een dorpje vlakbij Betlehem, Cremisan, is de muur gepland dwars over het terrein van een klooster. Het zal het erf doorbreken; aan de ene kant het woongedeelte en aan de andere kant de werk-gebouwen.
Het Betlehem-team is iedere vrijdag aanwezig bij de publieke eucharistieviering die daar gehouden wordt als vreedzame samenkomst tegen de planning.
In Betlehem geeft het Sumud Story House naast de muur gelegenheid aan diverse mensen om te vertellen hoe de muur effect heeft op eenieders dagelijks leven. De diverse verhalen zijn op grote borden aan de muur bevestigd. Verhalen die diepe indruk maken op toeristen die vanuit Jerusalem even in Betlehem komen. De verhalen zijn nu ook in boekvorm verschenen, onlangs in het Nederlands.
43. Het tweede team waar ik op bezoek was -in Jerusalem-, gaat iedere vrijdag naar het vrijdaggebed in de wijk Silwan. Op een kruispunt in de wijk is een tent opgezet die dienst doet als gebedshuis, moskee. Het aantal deelnemers aan het gebed is zo groot dat de mensen in en buiten de tent, ook op straat op de grond zitten. Ook hier dus een vreedzame religieuze samenkomst, in dit geval tegen het Israelisch stadsbestuur dat honderden Palestijnse huizen wil afbreken.
Om over na te denken bij de vraag wat kerk, of ruimer, wat godsdienst kan betekenen in pogingen om vrede te bevorderen.
44. Helaas zien we ook het tegenovergestelde: hoe godsdiensten tegenover elkaar worden misbruikt.
Deze foto kreeg ik toegestuurd uit Jerusalem (grafschennis, joodse bekladding, op christelijke begraafplaats). Dit doet me denken aan de eind vorig jaar overleden opperrabbijn en leider van de Sjas-partij, Ovadja Josef. Hij veroorzaakte opschudding met zijn uitspraken over Palestijnen, maar hij heeft helaas ook grote aanhang. Zo zei hij dat Palestijnen door God op aarde waren gezet om Joden te dienen (wrs op grond van de twee zonen van Avraham -Ismael= zoon van slavin). Ook riep hij ooit op tot het 'zonder genade' vernietigen van Palestijnen.
45. Nogmaals de vraag wat kan de rol van de kerk zijn bij het bevorderen van vrede? In Jerusalem is het EAteam iedere donderdagmiddag aanwezig bij een bijeenkomst van Sabeel, ontmoetingscentrum voor -wat daar genoemd wordt- bevrijdingstheologie in het midden oosten.
In de paar vrije dagen die ik had in het programma heb ik de gelegenheid genomen om naar Acco te reizen, ten noorden van Haifa, om daar de christelijke moshav NesAmmim te bezoeken. Dit centrum, 50 jaar geleden door Duitsers en Nederlanders gestart, is ooit begonnen met een dialoog tussen christenen en joden en is uitgegroeid tot: nu een centrum voor trialoog tussen christenen, joden en moslims.
46. Samenvattend leert drie maanden waarnemer-zijn namens de kerken dat het hier gaat om de muur, om settlements, om water, om extreem rechts; kortom: wie heeft er belang bij deze wanorde, wie profiteert er van, en wie is er de dupe van? In elk geval is duidelijk dat extreem-rechts de situatie beheerst en dat je van Israel kan spreken als van een gemilitariseerde bezettingsmacht, gelegitimeerd door extreem conservatieve, ultra-orthodoxe joodse rabbijnen. Deze rabbijnen acht ik vergelijkbaar met conservatieve islamitische imams die een kalifaat verdedigen waar de sjaria moet heersen en met conservatieve christelijke priesters, predikanten en theologen die nog altijd een strenge theocratie wensen. (Ook hier in Vlaanderen en NL zijn ze te vinden.)
47. Na drie maanden wordt in een kerk in Jerusalem het stokje doorgegeven aan de volgende teams.
We dringen als internationale christenen, samen met internationale joden en samen met internationale moslims, aan op een einde aan de Israëlische militaire bezetting en omklemming van de Westbank en Gaza en een rechtvaardige vrede.
48. Resume: Een aantal jaartallen op een rij. Onder het grondgebied van Gaza is een grote gasvoorraad aangetroffen.
49. Cijfers over het aantal christenen in Israel en Palestina.
50. Sabeel, huis voor bevrijdingstheologie.
51. Aan christenen wereldwijd wordt gevraagd een antwoord op te stellen aan de christenen in Palestina, want ze hebben hun Kairos-document aan hun christenbroeders en -zusters in de wereld opgestuurd. Ze stellen bv de vraag de Bijbel anders te willen verstaan: ´Wij vragen van onze zusterkerken om de ´zonde van de bezetting´ niet te voorzien van een theologische dekmantel´.
52. Gespreksvraag 1
Om het Kairosdocument te kunnen begrijpen, is de kernvraag: Wat doet het met jou als je ziet dat christenen in Palestina lijden onder de voortdurende bezetting en zich in de steek gelaten voelen door ons, christenen in het Westen, in België?
Gespreksvraag 2
Kun je je voorstellen dat Palestijnse christenen ons de vraag stellen of er iets is in onze theologie dat ons verhindert om voluit náást hen te gaan staan?
53. Vraag 3
Palestijnse christenen doen een dringend beroep op Westerse christenen om hun theologie kritisch te bezien.
Is onze theologie een theologie die bijdraagt aan het welzijn van Jood én Palestijn?
3a Kunnen we de zgn ´vervangingstheologie´ vermijden?
3b In hoeverre is ´bevrijdingstheologie´ hier in West Europa, in 2014 een besmet begrip –vanwege dat het ´politieke´ theologie is-?
54. Wat vinden we bij onze joodse broeders en zusters aan inclusieve bijbeluitleg?
Hier twee voorbeelden van Joodse stemmen -in de U.S.- die zich ook orthodox noemen, met een universele lezing. All people are chosen; all land is holy. (In een reactie van de Schotse kerk op het Kairos-document wordt gebruik gemaakt van argumenten van Braverman.)
Nog onlangs uitte de amerikaans-joodse auteur Naomo Wolf zich verrast door de ontdekking dat God in de Tora niet land geeft aan een volk, zomaar, maar dat God een specifieke kwaliteit van leven van mensen vraagt en dat dat een veilige woonplek oplevert.
55. Vraag 4
Hoe lezen we de bijbel, met name als het gaat over ´het beloofde land´?
Kan de bijbel tegelijkertijd én partikuliere én universele betekenis hebben?
4a Als God aan de kant van slachtoffers staat, wie zijn hier slachtoffer? (ook de armen in Israel) En wat kan die partijdigheid voor daders betekenen?
Bijbels theoloog Janneke Stegeman las Jeremia 32 samen met Palestijnse christenen. Niet alleen de lezing van teruggekeerde Israelische ballingen is geldig.
De theoloog Mitri Raheb leest net als Naïm Ateek vanuit Palestijnse zijde, de mensen die al die tijd in het gebied wonen.
56. Vraag 5
Palestijnse christenen doen een dringend beroep op christenen wereldwijd om alles, maar dan ook werkelijk álles te doen wat in hun vermogen ligt om een einde te maken aan de huidige bezetting, onderdrukking en vernedering.
Wat kunnen wij, wat kun jij in jouw kerk doen, om een verschil te maken voor de mensen in Israël/Palestina?
Israel, het volk met de TeNaCh, heeft gediend als een doorgeefluik van het beste dat het oud-oosterse denken en geloven te bieden had. Ik hoorde daarvan via bv Bloch en Buber. Waarom zouden we ook nu ons in die teksten verdiepen? Niet omdat een oplossing van de huidige strijd ligt in het (beter) lezen van Tora, Profeten, Geschriften, Evangeliën en Qur´an; nee. Wel omdat op alle nivo´s mensbeelden, godsbeelden, wereldbeelden, kortom levens-beschouwingen, in het geding zijn en worden gebracht.
In de kerken mag een sterker bewustzijn opkomen dat zij, net als Jezus, niet uit het centrum van Jerusalem kwam, maar uit de kritische marge. Jezus, de profeet uit Nazareth, Galilea.
57. Elk volk heeft zn mythen over oorsprong, etniciteit en identiteit. Ze spelen een rol om te overleven in tijden van crises, bezetting, vervolging. Ze zijn echter verwerpelijk als instrument van macht.
Druk is nodig; politieke druk, economische druk, ja, maar zeker ook de kracht van hoop, de kracht van de goede Geest.
58. De rol van de kerk in oorlogstijd -zij het in de Groote of in de Tweede Wereldoorlog, of in een tijd van crisis, opkomend racisme, groeiende onverdraagzaamheid (islamofobie, anti-semitisme) en van opkomende rechts-extreme politieke organisatie-, is er minstens een van waakzaamheid, maar ook van stellingname, van getuigenis. De kerk moet helpen weerbaar te zijn tegen de on-geest van de wan-orde. We moeten de moed hebben, net als de Bekennende Kirche in het Duitsland van 40-45 met o.m. Dietrich Bonhoeffer, om te getuigen van een God die mensen niet tegen elkaar wil opzetten, maar juist wil doen samenleven, als gelijkwaardigen.
59. Het is vanuit de zogenaamd seculiere economie dat ons de ´religie´ wordt opgedrongen van egoïsme, nationalisme en het zgn. ´natuurlijke´ recht-van-de-sterkste (man). Het is daartegen dat we ons weerbaar moeten opstellen. Zeker ook in eigen land. En zeker inter-religieus en inter-cultureel, of zelfs inter-levensbeschouwelijk.
En het is niet alleen ´weerbaarheid-tegen de barbarij´ die we moeten oefenen, het is vooral opbouwen van een hoopvol project. Wat is het waar we als mensen van goede wil voor willen gaan, voor willen staan. Gerechtigheid toch, en vrede.
Do not get mad, get organised!
Enkele voorbeelden van te contacteren organisaties:
*Stop Jewish National Fund,
*Who Profits?,
*Union of Agricultural Work Committees (UAWC)
60. Dank voor uw aandacht. ( steun EAPPI en Sabeel en Kairos en Sumud ... om (via de kerken) daar te helpen en om bruggen te bouwen tussen Israëli’s en Palestijnen.)
1. Wat kan de rol van kritische christenen zijn ten behoeve van een proces naar vrede, in casu in het conflict tussen de staat Israel en de Palestijnse bevolking in de bezette gebieden?
Ik wil u laten zien en meebeleven wat ik ter plaatse in de Westbank heb ondervonden, vorig jaar. En gaandeweg mijn presentatie zal de vraag omtrent de rol van theologie en kerk opdoemen.
Ik begin met de vraag Waarom zouden niet-joden en ook niet-godsdienstigen zich iets aantrekken van wat de God van de TeNaCh zegt over volk en land; of andersom, van wat in de TeNaCh gezegd wordt over een God die aan een specifiek volk een specifiek grondgebied belooft?
2. Ieder volk heeft op zn tijd behoefte aan zn eigen constituerende teksten. B.v.: De Bijbelse Wet en Profeten maken er melding van dat God aan het volk Israël land belooft om er zich te kunnen vestigen, land, een plek onder de zon, een eigen vrije plaats om te leven, zowel in sociale en culturele als in politieke en economische zin. Deze belofte is al eeuwen lang van levensbelang voor Joden, of ze nu binnen of buiten de staat Israël wonen en ongeacht hun eigen interpretatie van Jood-zijn ( dus of ze nu orthodox of liberaal zijn, deelnemen aan synagogaal leven of zich agnostisch opstellen). De belofte blijft van kracht in een wereld die niet op orde is, die niet veilig is en die niet vanzelfsprekend ruimte biedt aan Joden. Die belofte moet voor hen van kracht blijven. Hoe zouden ze anders in deze wereld kunnen leven? Op grond van deze belofte, maar ook zonder die -maar wel op grond van internationaal volkenrecht-, kan hen het recht op land en op vorming van een eigen sociale, culturele en politieke samenleving niet worden ontzegd. Integendeel, het moet door hen zelf en door de anderen worden bevorderd en verdedigd (naar MdenDulk).
Maar, wat betekent ´uitverkoren volk´ zijn?
De vraag die Paul heeft gesteld, ´kunnen wij ons vandaag nog voorstellen dat er een externe godheid bestaat die een land aan een bepaald volk toewijst?´, doet mij spontaan zeggen: O ja, die problematiek houdt ons dagelijks bezig in Europa; denk maar aan ons zoeken naar een Europese identiteit. Hoe we bezig zijn met onze historie te her-denken en te her-vertellen hoe de christelijke traditie Europa tot vrede brengt, ons-europeanen tot vredelievende burgers constitueert. Tegelijkertijd menen velen dat de Islam hier (dus) niet bij hoort (´want wij hebben de Verlichting doorgemaakt´).
Het bezig zijn met de vorming van een eigen identiteit en het daarbij een beroep doen op een externe, hogere autoriteit, of een instantie die ons overstijgt, is van alle tijden en plaatsen. Denk maar aan de nieuwe gemeenschappen die gevormd werden ten tijde van de gemeentelijke her-indelingen en denk ook maar aan de verwoede pogingen die gedaan worden om een vlaamse identiteit op te poetsen.
Ik heb me verwonderd hoe -enkele jaren geleden- in Cuba bij het werken aan een gezamen-lijke identiteit niet teruggegrepen werd op de roemrijke socialistische heldengeschiedenis, maar op de eenheid-oproepende en inspiratie-biedende 19e-eeuwse dichter José Martí.
Op eenzelfde wijze heb ik begrepen dat in de Joodse traditie het geschrift TeNaCh gebruikt is en wordt, namelijk om telkens opnieuw de steeds weer opkomende vraag te proberen te beantwoorden: Hoe kunnen we ´volk van God´ worden? (Niet: hoe zijn we volk van God geworden.)
Ik denk dat we hier in Westeuropa een gezamenlijk ´project´ missen, een ideaal,´waar stáan we voor´, waar willen we naar toe, wie willen we zijn?
Ik dácht dat we met de verhalen en teksten van de 12 stammen van Israel mooi op weg konden gaan, maar als ik zie wat anno 2014 de christelijke wereld voorstelt en hoe de staat Israel zn eigen traditie verkwanselt en hoe het de islam-tradities maar niet lukt om hun verdeeldheden en extremistische uitwassen te overwinnen dan houd ik mn hart vast.
Goed, dit gezegd zijnde ...
EAPPI, het oecumenisch begeleidingsprogramma in Palestina en Israël, is een programma van de Wereldraad van Kerken. Het zijn de kerken internationaal die elke drie maanden vrijwilligers werven voor dit programma. Mijn zending, vorig jaar in de wintermaanden, was vanuit de Belgische Protestantse Kerk.
3. Al sinds de oorlog van 1967 bezet het Israëlische leger Gaza, Oost-Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever. Vanaf dan vestigen Israelische burgers zich in zogenoemde settlements in dit grondgebied. De Palestijnse inwoners daar hebben te maken met allerlei beperkingen. Het is vanwege een verjagen van Palestijnse dorpsbewoners -door Israelische settlers- dat er internationale aandacht kwam, in 2002. De bewoners van het dorpjeYanoun waren gevlucht -naar Aqraba, een stadje dichtbij. Het is daarom dat lokale kerken in de Palestijnse gebieden hulp vroegen aan de kerken in het buitenland.
4. Sindsdien komen vanuit tientallen kerken over de hele wereld vrijwilligers om voor enkele maanden te helpen als oecumenisch begeleider in Israël en Palestina.
Hun aanwezigheid biedt bescherming aan de gemeenschap.
5. Ze werken in kleine internationale teams op 7 verschillende plaatsen.
Het EAPPI-programma is neutraal tussen de partijen.Wél staat EAPPI voor de bescherming van de internationale rechten van de mens. Waar schendingen plaatsvinden worden die geregistreerd en gerapporteerd.
EAPPI-volunteers staan dagelijks bij checkpoints, houden schendingen van mensenrechten bij en doen hiervan verslag -aan de VN, via het kantoor in Jerusalem. Het is dus de taak van de oecumenische begeleiders om door hun aanwezigheid bij te dragen aan vrede en naleving van de mensenrechten in Israël en Palestina.
De aanwezigheid van de Oecumenische begeleiders heeft een de-escalerend effect, met name daar waar kolonisten zich gevestigd hebben en de bewoners lijden onder intimiderend gedrag.
6. Vanuit Yanoun gaat het team iedere zondag in Nablus naar een van de kerken. Ook daar krijgen we telkens te horen hoe blij men is met de internationale kerkelijke aanwezigheid.
We zijn in de vieringen geweest van een katholieke parochie, van de Anglicaanse gemeenschap, van de Grieks-Orthodoxe kerk en van de Melkieten (dit is een met Rome geünieerde Byzantijnse gemeenschap) .
7. Met Kerst was ik in Betlehem; een prachtige ervaring: uitbundig feest op straat, vele muziekkorpsen, vrolijkheid, gezang, ...
8. Veel van het land van de bewoners is onteigend voor de bouw van Israëlische neder-zettingen en de aanleg van militaire terreinen. De Israëlische overheid controleert het verkeer, bouwt muren en plaatst checkpoints.
De muur, of op sommige plaatsen het hek, rond de Westelijke Jordaanoever verkleint het gebied van de Palestijnen en beperkt ze in hun bewegingsvrijheid.
Israëlische kolonisten en de overheid onteigenen land en slopen huizen van Palestijnen.
9. De dorpsbewoners van Yanoun, in de regio Nablus, zijn blij met de internationale bescherming.
Het dorpje Yanoun werd dus en wordt nog bedreigd. Oecumenisch begeleiders leven mee met de inwoners. Dagelijks laten we ons zien, aan de mensen in het dorp, en aan de wachtpost van het settlement hoog op de berg.
10. Om 07h00 uur beginnen we met een wandeling en zien dan de kinderen buiten komen om naar school te gaan en we zien mannen en jongens hun schapen voeren, bij de kribbes.
11. Vrij wandelen in de omgeving zou fijn zijn, zeker om bv te genieten van de natuur en van de uitzichten, richting Jordaanvallei bv, en om een eeuwenoude bijzondere plaats te bezoeken -de grafheuvel van Nun (=de vader van Jozua). Deze ligt echter op een plaats die de settlers en de militairen moeilijk toegankelijk houden. (We hebben langs de kant van de weg munitie gezien (handgranaat?) waarvan we niet zeker waren of die nog op scherp stond. Over die weg gaan ook de kinderen die hun schapen hoeden.)
12. En, zoals regelmatig: de ouders zeggen tegen ons: fijn dat jullie er zijn.
Er is een schooltje in het dorp, -zo klein echter, dat de leerkrachten ook lesgeven op andere scholen in de dorpen in de regio.
13. En er is zelfs een klein winkeltje, om dagelijks te komen babbelen en thee te drinken.
Gelukkig zijn er dagen dat het rustig en ontspannen toeven is in het dorp.
14. Behalve dat we in Yanoun verblijven, is er de taak om in regio-dorpen te volgen wat er daar gebeurt. Iedere dag blijft éen teamlid in Yanoun en gaan de anderen, met de vaste chauffeur c.q. tolk, in de regio op bezoek. Het is vaak dat we opgebeld worden met de melding van een incident.
15. We gaan er heen om het verhaal te horen en rapport op te maken. In Burin bv zijn 50 olijfbomen vernield, afgebroken. De dorpelingen hebben geprotesteerd bij de militaire commandant, die als orde-handhaver moet optreden, maar ze horen niets over arrestaties.
Op de school in asSawiya horen we dat een groep militairen de school komt binnenvallen op zoek naar leerlingen die vermeend stenen hebben gegooid, naar voorbijrijdende Israelische auto´s. De heel vaak gebeurende invallen, met soms wél arrestaties en vaak niet, zorgen voor slechte concentratie bij de leerlingen, zo vertelt ons de schoolpsycholoog.
16. Sinds de Oslo-akkoorden is de Westbank verdeeld in drie beheer-gebieden. Bedoeling was dat gaandeweg de Palestijnen steeds meer zelf verantwoordelijkheid zouden krijgen voor beheer en bestuur. Feitelijk betekent het dat Israel de Palestijnse bewoning en bedrijven terugdringt uit gebied c en b naar a (a is het gebied van de grote steden). Tussen de gebieden worden roadblocks opgeworpen.
17. In Urif is het bijna iedere zaterdag, sabbat, prijs. Het EAPPI-team heeft een contactpersoon die opbelt als hij de eerste tekenen ziet van settlers die zich boven op de berg verzamelen. Wij kunnen dan op het platte dak van zijn huis de omgeving overzien en dan waarnemen hoe de groep settlers naar beneden komt, de berg af naar het dorp, om daar of de school te beschadigen of een huis te beschadigen, door met stenen ramen in te gooien, bv. Wat we daar gezien hebben, is -als je van schouwspel houdt- een kat- en muisspel tussen settlers, jongens van het dorp en militairen -die met meerdere jeeps het dorp komen doorcrossen.
18. Niet dat de militairen tussenkomen om te voorkomen dat de settlers hun pesterij uitvoeren, maar ze komen op het moment dat de jongens uit het dorp ver genoeg tegemoet gegaan zijn om hen te kunnen beschuldigen van stenen gooien.
En intussen werden wij gastvrij onthaald. Je zou het bijna komisch gaan vinden, maar het is toch intriest!
19. Heel vaak zijn er dus arrestaties. In het dorp Qariut hebben ze lange tijd de ervaring gehad dat er te onderhandelen valt met de militaire overheid. Demonstraties tegen de wegblokkade verliepen vreedzaam en de blokkade werd steeds wel verwijderd -zodat de dorpelingen normaal naar hun werk kunnen rijden-; maar later ook toch weer geplaatst. Bij een volgende demonstratie waren we als EAPPI-team aanwezig; niet om mee te doen, maar om te registreren hoe het zou verlopen. We werden getuigen van traangasgranaten en geluidsbommen. Deze keer hadden de militaire oversten kennelijk de opdracht om de mensen uit elkaar te drijven. Bashar, de vrijwillige coördinator van het jeugdcentrum, was ontsteld.
20. We werden een week later uit het dorp opgebeld; in de nacht waren er bij zes huizen harde, luidruchtige invallen gedaan; een gecoördineerde militaire actie, waarbij zes jongens, van 16, 17, 20 jaar, uit hun bed werden gelicht en meegenomen. De families in onrust achterlatend, want er werd niet verteld waarom, of waar naar toe. Wij konden als bemiddelend team naam en telefoonnummer geven van advocatenkantoor Addameer; deze kunnen ze vragen voor hen te gaan achterhalen waar de jongens naar toe gebracht waren en of ze contact mogen hebben.
Om kort te gaan: we zijn met de families meegegaan naar de militaire rechtbank. Om te zien hoe daar de gang van zaken is en om de families een hart onder de riem te steken.
Het heeft maanden geduurd, voordat een aanklacht werd opgesteld en er een uitspraak gedaan zou worden. Meerdere keren voorgeleidingen en weer uitstel van behandeling. De teams die de volgende maanden na ons kwamen, zijn ook steeds geweest. Er is op dit moment, meer dan anderhalf jaar verder, voor twee van de zes jongens nog geen duidelijkheid; ging het om stenen gooien, of om maken van molotov-cocktails?
21. Het dorp Aqaba is hét voorbeeld van gezamenlijke sterke, vredelievende spirit in de regio. De burgemeester en zijn dorpsraad krijgen het voor mekaar om de geest van vredelievendheid, verdraagzaamheid er bij elkaar in te houden. Ze hebben een prachtig dorpshuis, ze houden nadrukkelijk hun dorp schoon, ze bekostigen samen de renovatie van een paar huizen om die vrij te houden voor dorpelingen die eerder vertrokken waren en zo weer terug kunnen komen.
22. Ook groepen Israeli-en-Palestijnen-samen zetten activiteiten op om de bezetting te beëindigen of te verzachten. De groep Israelische vrouwen van MachsomWatch ontmoeten we aan de checkpoints. Ook zij rapporteren aan de VN, maar zij hebben nog een voordeel dat ze telefoonnummers hebben van de commandantspost daarbinnen -waarnaar ze kunnen bellen. Als de doorgangspoorten al wel een uur geblokkeerd zijn bv., kunnen ze bellen met de vriendelijke vraag: goh, als er niet echt iets aan de hand is, wil je dan de doorgang openen, want dr staat hier al een heel lange rij mensen te wachten om doorgelaten te worden.
Op dn duur hopen we dat onze rapporten aan de VN ook hun vruchten zullen afwerpen.
De Jahalin-bedoeienen die hun verblijf hebben ten oosten van Jerusalem worden ondersteund door Israelische en internationale burgers. Israel plant op hun gebied een grote uitbreiding van de stad Jerusalem; voorlopig is dat nog steeds, volgens internationaal recht, illegaal. In bezet gebied mag je niet bouwen en geen bewoners dwingen tot verplaatsing. (Stel je voor dat de Duitsers zoiets in de Tweede Wereldoorlog, hier voor mekaar hadden gekregen !?)
23. Nog een voorbeeld van waar Israelische, Palestijnse en internationale burger-organisaties elkaar vinden, in de wijk Sjeick Jarah, in oost-jerusalem -waar Israel huizen die door Palestijnen bewoond worden, vordert en aan eigen burgers ter bewoning geeft.
Elke vrijdag is hiertegen een gezamenlijke stille, vreedzame demonstratie. (Ook hier: als EA zijn we er, maar we zouden in dit geval ook kunnen deelnemen, want het betreft een gezamenlijke actie.)
24. Het EAPPI-programma heeft zowel met Palestijnse als met Israëlische groepen contact. Hier zie je bv genoemd: Breaking the Silence, van ex-dienstplichtigen, NewProfile en Rabbis for Human Rights.
25. B´Tselem is een Israelische organisatie die zich inzet voor de mensenrechten van de Palestijnen; bv door video-camera´s beschikbaar te stellen in dorpen die regelmatig allerlei schermutselingen te verduren hebben van settlers.
Combattants for Peace is een internationale christelijke organisatie die vrijwilligers uitstuurt om mensen in kwetsbare situaties te ondersteunen. Zo ook de International Solidarity Movement.
26. NewProfile is een organisatie van Israelische burgers die bv jonge tieners die binnenkort hun militaire dienstplicht van drie jaar moeten vervullen, informatie geven over de mogelijkheid van dienstweigeren. (Wij hebben hier geen dienstplicht meer; hier heeft het beroepsleger toch wel heel andere taken.)
27. Het EAPI-team van Yanoun reist ook wekelijks wel een dag naar de Jordaanvallei. Daar wonen heel wat bedoeienen en daar hebben toch ook heel wat mensen grond gepacht, om schapen te hoeden of voor gezamenlijke tuinbouwbedrijven. Zeer vruchtbaar gebied dat Israel grotendeels als area c heeft aangemerkt; niet door de Palestijnen te beheren. De settlements die hier gebouwd zijn en uitgebreid worden, hebben dan ook grote tuinbouwactiviteit.
28. De Jordaanvallei is hét deel van de bezette Westbank waar het grote onrecht wat aan bewoners gedaan wordt, schrijnend zichtbaar wordt, maar wat internationaal niet of nauwelijks gezien wordt. Het gaat er met name over water, beheer en dus gebruik van water. Het gaat over land, het gaat over huizen, het gaat over onderwijs; kortom het gaat over basisvoorwaarden van leven.
29. Hoe krijg je de mensen weg uit area c? Door telkens een gedeelte tot militair trainings-gebied te verklaren. Daar is het gevaarlijk, dus daar mag je niet zijn.
De bedoeienen hebben het al vaak meegemaakt. Zij zeggen echter: wij hebben hier al heel lange tijd mogen rondtrekken en verblijven, onze manier van leven kunnen leven, met toestemming van de eigenaren-grootgrondbezitters; wij gaan niet weg.
Het was op een zondagmorgen dat we een telefoontje kregen van een bedoeienenfamilie dat in de nacht en vroege ochtend de noodtenten -die gisteren door het RodeKruis gebracht waren-, afgebroken en geconfisceerd waren, door de militairen. En die tenten waren gebracht -een dag eerder- omdat de militairen gekomen waren om de nederzetting overhoop te halen en te vernielen; onbewoonbaar te maken.
We kwamen daar en troffen deze situatie aan.
30. En om de toestand nog ingewikkelder en beschamender te maken: We hebben gezien dat ook de kerk grootgrondbezitter is. En we hebben ons afgevraagd of die kerk niet gewoon tegen de bezetter zegt: die nomadengroepen verblijven daar op onze grond met onze toestemming.
Iets heel anders lijkt eerder waar, namelijk dat de kerk over haar grond deals sluit met Israel, met het Jewish National Fund. (We zijn niet zeker of het hier de Latin Patriarchate betreft.)
31. Natuurlijke waterbronnen zijn niet veel meer in openbaar gebruik, omdat de meeste bronnen door Israel zijn geconfisceerd. Al vele tientallen jaren in gebruik zijnde oude waterlopen, voor irrigatie van tuinbouwgronden, staan een groot deel van het jaar droog.
Hier kwamen we begin december.
32. Begin januari waren we er weer. Onze chauffeur en tolk was -net als anderen- als een kind zo blij met het water; We moesten met hem mee om op dezelfde plek weer te gaan kijken.
33. En over onderwijs gesproken, nu dus: langs de dorpen in de Jordaanvallei heeft Israel een snelweg aangelegd voor verkeer dat van Jerusalem naar het noorden, naar Nazareth en Galilea gaat en naar de settlements langs die route. Maar het kost de dorpsbewoners van anAuja bv., grote moeite om bij de Israelische autoriteit voor elkaar te krijgen dat er een tunnel of een brug zou worden aangelegd opdat de kinderen vanuit het dorp aan de ene kant van de weg kunnen oversteken naar de school aan de andere kant. Vier jaar procederen heeft nog steeds niks opgeleverd. Hopelijk gebeuren er niet al te veel ongelukken.
34. Ik laat u nog even zien met kaartjes hoe de ontwikkeling is geweest van de bewoning van het land vanuit de tijd dat de hele regio mandaatgebied was van Engeland, via een voorstel van verdeling in 1947, via de bezetting door Israel sinds 1967, tot aan nu.
En dan ga ik even terug naar de vraag van de mogelijke rol van theologie en kerk bij het zoeken naar een oplossing voor dit oorlogsconflict.
35. Op 15 mei 1948 riep David Ben Gurion de staat Israël uit. Zionistische milities waren al voor die datum begonnen met het veroveren van land, bovenop het gebied dat de Joodse staat volgens het VN-voorstel zou omvatten. Na de stichting van Israël escaleerde het conflict met de omringende Arabische landen, maar die waren geen partij voor het leger dat Israel al had opgebouwd. Uiteindelijk werd in 1949 een wapenstilstand gesloten. Israël had toen controle verworven over 78% van Palestina. Binnen dit gebied hebben Israëlische milities en leger-eenheden in 1948-49 bijna 500 Palestijnse dorpen ontvolkt en/of vernietigd. Meer dan 700.000 Palestijnen werden van huis en haard verdreven. Israëlische historici hebben intussen aangetoond dat dit systematisch is gebeurd, waardoor sprake was van etnische zuiveringen.
36. In 1993 begon het Oslo-vredesproces, gebaseerd op de formule “land voor vrede”: in ruil voor vrede zou Israël de Palestijnen hun land teruggeven, d.w.z. de Westoever, inclusief Oost-Jeruzalem, en de Gazastrook. Vanaf 1967 waren deze gebieden echter op grote schaal gekoloniseerd. Overal heeft Israël nederzettingen gebouwd, die volgens het internationale recht illegaal zijn. Heel geleidelijk kregen de Palestijnen tijdens Oslo een zekere controle over kleine delen van de bezette gebieden (de “Palestijnse Autonome gebieden”). Van een betekenisvolle overdracht van land was echter geen sprake. Integendeel: tijdens het Oslo-proces verdubbelde Israël de nederzettingen in omvang en inwoneraantal.
37. EAPPI is niet alleen meeleven met mensen ter plaatse maar ook stem geven aan de mensen wie onrecht wordt gedaan! En daarbij treffen we als kerkelijke organisatie steun aan ook van gods-dienstige gemeenschappen van joodse huize.
Deze orthodox-joodse synagoge in Jerusalem steunt van harte het werk van EAPPI. Ook zij vinden dat er door hun overheid een verkeerde politiek wordt bedreven omtrent de bezette Palestijnse gebieden. Wij, alle teams van EAPPI, hebben bij hen op een vrijdagavond de sabbatviering mogen meemaken en daarna werden we gastvrij onthaald bij de families thuis om met hen de sabbatmaaltijd te gebruiken. Echt een feest!
Het zijn ook zogenoemde Rabbis for Human Rights die een steentje bijdragen aan het veranderen van de Israelische politiek-van-bezetting. Zij komen naar de Palestijnse dorpen om daar te helpen opnieuw olijfbomen aan te planten.
De kerk en de synagoge kunnen dus hand in hand gaan als het gaat om bevorderen van vrede.
38. Zoals al gezegd: Vanuit Yanoun gingen we in Nablus naar de kerk. Verder hebben we daar nog andere mensen en organisaties ontmoet.
39. Hier de katholieke kerk en de anglicaanse priester, father Ibrahim. Het zijn kleine kerk-gemeenschappen, net zo klein als de protestantse gemeenten en de basisgroepen hier in Belgie. Zij voelen zich duidelijk gesteund door de aanwezigheid van de volunteers uit wereldwijde kerken. Ze zeggen ook dat het proces van samen het zogenoemde Kairos-document opstellen hen tot een eenheid heeft gebracht die ze als een zegen beschouwen.
40. Project Hope is een internationale vrijwilligersorganisatie die activiteiten voor kinderen organiseert, om kinderen in moeilijke situatie toch ook kind te kunnen laten zijn. Ik heb bij Project Hope vrijwillige jeugdwerkers ontmoet uit de VS, Frankrijk en Belgie !. Zij verzorgen activiteiten in de dorpen in de regio en in het vluchtelingen kamp.
Gevraagd naar de betekenis van het werk van ProjectHope, en van EAPPI, en van Rabbis fHR, en van ...-noem de ngo´s maar op-, zei de coördinator: We use force, our force to come to peace. Onze kracht, ons drukmiddel is die van de hoop.
De vrouw rechts is de sprankelende coördinator van de vrouwenwerking van het Balata-vluchtelingen-kamp. De vrouwen van ons EAteam hebben met haar samengewerkt.
41. Iedere EAvrijwilliger gaat op bezoek bij twee andere teams. In Betlehem heb ik de gigantisch hoge muur gezien. Met de dagelijkse gang door het checkpoint, beginnend ´s morgens vroeg om 04h00. En zoals je ziet op de foto: Een mens moet er mee leren omgaan. Mensen blijven bewonderenswaardig creatief !
42. Er zijn nog plaatsen waar de muur nog niet gebouwd is, maar wel gepland. In een dorpje vlakbij Betlehem, Cremisan, is de muur gepland dwars over het terrein van een klooster. Het zal het erf doorbreken; aan de ene kant het woongedeelte en aan de andere kant de werk-gebouwen.
Het Betlehem-team is iedere vrijdag aanwezig bij de publieke eucharistieviering die daar gehouden wordt als vreedzame samenkomst tegen de planning.
In Betlehem geeft het Sumud Story House naast de muur gelegenheid aan diverse mensen om te vertellen hoe de muur effect heeft op eenieders dagelijks leven. De diverse verhalen zijn op grote borden aan de muur bevestigd. Verhalen die diepe indruk maken op toeristen die vanuit Jerusalem even in Betlehem komen. De verhalen zijn nu ook in boekvorm verschenen, onlangs in het Nederlands.
43. Het tweede team waar ik op bezoek was -in Jerusalem-, gaat iedere vrijdag naar het vrijdaggebed in de wijk Silwan. Op een kruispunt in de wijk is een tent opgezet die dienst doet als gebedshuis, moskee. Het aantal deelnemers aan het gebed is zo groot dat de mensen in en buiten de tent, ook op straat op de grond zitten. Ook hier dus een vreedzame religieuze samenkomst, in dit geval tegen het Israelisch stadsbestuur dat honderden Palestijnse huizen wil afbreken.
Om over na te denken bij de vraag wat kerk, of ruimer, wat godsdienst kan betekenen in pogingen om vrede te bevorderen.
44. Helaas zien we ook het tegenovergestelde: hoe godsdiensten tegenover elkaar worden misbruikt.
Deze foto kreeg ik toegestuurd uit Jerusalem (grafschennis, joodse bekladding, op christelijke begraafplaats). Dit doet me denken aan de eind vorig jaar overleden opperrabbijn en leider van de Sjas-partij, Ovadja Josef. Hij veroorzaakte opschudding met zijn uitspraken over Palestijnen, maar hij heeft helaas ook grote aanhang. Zo zei hij dat Palestijnen door God op aarde waren gezet om Joden te dienen (wrs op grond van de twee zonen van Avraham -Ismael= zoon van slavin). Ook riep hij ooit op tot het 'zonder genade' vernietigen van Palestijnen.
45. Nogmaals de vraag wat kan de rol van de kerk zijn bij het bevorderen van vrede? In Jerusalem is het EAteam iedere donderdagmiddag aanwezig bij een bijeenkomst van Sabeel, ontmoetingscentrum voor -wat daar genoemd wordt- bevrijdingstheologie in het midden oosten.
In de paar vrije dagen die ik had in het programma heb ik de gelegenheid genomen om naar Acco te reizen, ten noorden van Haifa, om daar de christelijke moshav NesAmmim te bezoeken. Dit centrum, 50 jaar geleden door Duitsers en Nederlanders gestart, is ooit begonnen met een dialoog tussen christenen en joden en is uitgegroeid tot: nu een centrum voor trialoog tussen christenen, joden en moslims.
46. Samenvattend leert drie maanden waarnemer-zijn namens de kerken dat het hier gaat om de muur, om settlements, om water, om extreem rechts; kortom: wie heeft er belang bij deze wanorde, wie profiteert er van, en wie is er de dupe van? In elk geval is duidelijk dat extreem-rechts de situatie beheerst en dat je van Israel kan spreken als van een gemilitariseerde bezettingsmacht, gelegitimeerd door extreem conservatieve, ultra-orthodoxe joodse rabbijnen. Deze rabbijnen acht ik vergelijkbaar met conservatieve islamitische imams die een kalifaat verdedigen waar de sjaria moet heersen en met conservatieve christelijke priesters, predikanten en theologen die nog altijd een strenge theocratie wensen. (Ook hier in Vlaanderen en NL zijn ze te vinden.)
47. Na drie maanden wordt in een kerk in Jerusalem het stokje doorgegeven aan de volgende teams.
We dringen als internationale christenen, samen met internationale joden en samen met internationale moslims, aan op een einde aan de Israëlische militaire bezetting en omklemming van de Westbank en Gaza en een rechtvaardige vrede.
48. Resume: Een aantal jaartallen op een rij. Onder het grondgebied van Gaza is een grote gasvoorraad aangetroffen.
49. Cijfers over het aantal christenen in Israel en Palestina.
50. Sabeel, huis voor bevrijdingstheologie.
51. Aan christenen wereldwijd wordt gevraagd een antwoord op te stellen aan de christenen in Palestina, want ze hebben hun Kairos-document aan hun christenbroeders en -zusters in de wereld opgestuurd. Ze stellen bv de vraag de Bijbel anders te willen verstaan: ´Wij vragen van onze zusterkerken om de ´zonde van de bezetting´ niet te voorzien van een theologische dekmantel´.
52. Gespreksvraag 1
Om het Kairosdocument te kunnen begrijpen, is de kernvraag: Wat doet het met jou als je ziet dat christenen in Palestina lijden onder de voortdurende bezetting en zich in de steek gelaten voelen door ons, christenen in het Westen, in België?
Gespreksvraag 2
Kun je je voorstellen dat Palestijnse christenen ons de vraag stellen of er iets is in onze theologie dat ons verhindert om voluit náást hen te gaan staan?
53. Vraag 3
Palestijnse christenen doen een dringend beroep op Westerse christenen om hun theologie kritisch te bezien.
Is onze theologie een theologie die bijdraagt aan het welzijn van Jood én Palestijn?
3a Kunnen we de zgn ´vervangingstheologie´ vermijden?
3b In hoeverre is ´bevrijdingstheologie´ hier in West Europa, in 2014 een besmet begrip –vanwege dat het ´politieke´ theologie is-?
54. Wat vinden we bij onze joodse broeders en zusters aan inclusieve bijbeluitleg?
Hier twee voorbeelden van Joodse stemmen -in de U.S.- die zich ook orthodox noemen, met een universele lezing. All people are chosen; all land is holy. (In een reactie van de Schotse kerk op het Kairos-document wordt gebruik gemaakt van argumenten van Braverman.)
Nog onlangs uitte de amerikaans-joodse auteur Naomo Wolf zich verrast door de ontdekking dat God in de Tora niet land geeft aan een volk, zomaar, maar dat God een specifieke kwaliteit van leven van mensen vraagt en dat dat een veilige woonplek oplevert.
55. Vraag 4
Hoe lezen we de bijbel, met name als het gaat over ´het beloofde land´?
Kan de bijbel tegelijkertijd én partikuliere én universele betekenis hebben?
4a Als God aan de kant van slachtoffers staat, wie zijn hier slachtoffer? (ook de armen in Israel) En wat kan die partijdigheid voor daders betekenen?
Bijbels theoloog Janneke Stegeman las Jeremia 32 samen met Palestijnse christenen. Niet alleen de lezing van teruggekeerde Israelische ballingen is geldig.
De theoloog Mitri Raheb leest net als Naïm Ateek vanuit Palestijnse zijde, de mensen die al die tijd in het gebied wonen.
56. Vraag 5
Palestijnse christenen doen een dringend beroep op christenen wereldwijd om alles, maar dan ook werkelijk álles te doen wat in hun vermogen ligt om een einde te maken aan de huidige bezetting, onderdrukking en vernedering.
Wat kunnen wij, wat kun jij in jouw kerk doen, om een verschil te maken voor de mensen in Israël/Palestina?
Israel, het volk met de TeNaCh, heeft gediend als een doorgeefluik van het beste dat het oud-oosterse denken en geloven te bieden had. Ik hoorde daarvan via bv Bloch en Buber. Waarom zouden we ook nu ons in die teksten verdiepen? Niet omdat een oplossing van de huidige strijd ligt in het (beter) lezen van Tora, Profeten, Geschriften, Evangeliën en Qur´an; nee. Wel omdat op alle nivo´s mensbeelden, godsbeelden, wereldbeelden, kortom levens-beschouwingen, in het geding zijn en worden gebracht.
In de kerken mag een sterker bewustzijn opkomen dat zij, net als Jezus, niet uit het centrum van Jerusalem kwam, maar uit de kritische marge. Jezus, de profeet uit Nazareth, Galilea.
57. Elk volk heeft zn mythen over oorsprong, etniciteit en identiteit. Ze spelen een rol om te overleven in tijden van crises, bezetting, vervolging. Ze zijn echter verwerpelijk als instrument van macht.
Druk is nodig; politieke druk, economische druk, ja, maar zeker ook de kracht van hoop, de kracht van de goede Geest.
58. De rol van de kerk in oorlogstijd -zij het in de Groote of in de Tweede Wereldoorlog, of in een tijd van crisis, opkomend racisme, groeiende onverdraagzaamheid (islamofobie, anti-semitisme) en van opkomende rechts-extreme politieke organisatie-, is er minstens een van waakzaamheid, maar ook van stellingname, van getuigenis. De kerk moet helpen weerbaar te zijn tegen de on-geest van de wan-orde. We moeten de moed hebben, net als de Bekennende Kirche in het Duitsland van 40-45 met o.m. Dietrich Bonhoeffer, om te getuigen van een God die mensen niet tegen elkaar wil opzetten, maar juist wil doen samenleven, als gelijkwaardigen.
59. Het is vanuit de zogenaamd seculiere economie dat ons de ´religie´ wordt opgedrongen van egoïsme, nationalisme en het zgn. ´natuurlijke´ recht-van-de-sterkste (man). Het is daartegen dat we ons weerbaar moeten opstellen. Zeker ook in eigen land. En zeker inter-religieus en inter-cultureel, of zelfs inter-levensbeschouwelijk.
En het is niet alleen ´weerbaarheid-tegen de barbarij´ die we moeten oefenen, het is vooral opbouwen van een hoopvol project. Wat is het waar we als mensen van goede wil voor willen gaan, voor willen staan. Gerechtigheid toch, en vrede.
Do not get mad, get organised!
Enkele voorbeelden van te contacteren organisaties:
*Stop Jewish National Fund,
*Who Profits?,
*Union of Agricultural Work Committees (UAWC)
60. Dank voor uw aandacht. ( steun EAPPI en Sabeel en Kairos en Sumud ... om (via de kerken) daar te helpen en om bruggen te bouwen tussen Israëli’s en Palestijnen.)
woensdag 30 april 2014
Kerk, plaats van empowerment ?
Ervaren van God, perspectief, zelfverantwoordelijkheid, daar is vraag naar.
Mijn waarneming: de religie van de economie houdt door een schijn-eenheid een aantal tegenstellingen verborgen, -het gaat om breuken en transformaties waar mensen mee geconfronteerd worden en waar zij doorheen moeten, -ze zijn echter (zicht op) perspectief kwijt en hebben zelf geen greep meer op de situatie; ze wórden -min of meer- geleefd. En bij 'geloof' gaat het er om de eigen subject-kwaliteit te herwinnen, de 'eigen' transformatie door te voeren.
Na analyse, 'de dood laten zien'; God, 'we kunnen door de dood heen'; zien we perspectief in 'leven in gemeenschap'.
Zicht op perspectief vinden we door godsdienstige tradities én in de feitelijke krachtsverhoudingen van vandaag. In de geseculariseerde, maar niet religieloze maatschappij is het zinvol om, vanuit (christelijk-) gelovige optie, uitspraken te doen over de verantwoordelijkheid van de mens, of het subject-zijn van mensen en over de (mogelijke) verhouding tot God. Ook over -verlossing /bevrijding, -de verhouding individuele gelovige : gemeente (lichaam), -wederopstanding, ...
We zullen ons moeten verdiepen in wat het voor ons nu betekent te belijden dat we geloven in de wederopstanding des vlezes; want dat heet een kernpunt van het christelijk geloof te zijn. Er is vraag naar die betekenis. Wederopstanding kan betekenis hebben voor slachtoffers van onderdrukking: Met hun voortijdige dood zijn ze niet definitief alleen maar slachtoffer. 'Er is bij ons al eens iemand opgestaan uit de dood'. Het thema van de opstanding laat zien dat de individueel beleefde armoede, ziekte en dood in gemeenschap doorstaan kunnen worden.

Ervaren-van-God wordt gevraagd, maar om welke God gaat het? Om wat allen god noemen, zo'n algemeen religieus gevoel, zoals bij 'holisme' b.v., een specifieke god zoals Geld, óf de partijdige JHWH van de joodse en christelijke traditie?!
Een perspektiefbiedende God die mensen tot subject maakt ook in weerbarstige omstandigheden zal herkenbaar zijn als de werkzame kracht die groepen mensen samen (soms) verrassenderwijs openbaren in vernieuwende, bevrijdende aktiviteiten.
De God van de Bijbel is ook nu te ervaren, namelijk in die gemeenschappen van mensen die er blijk van geven Gods Rijk naderbij te willen brengen. Laten we maar gaan horen en zien, bij onze collega's, bij onze vrienden, ... We zullen versteld staan van de nieuwe tijd. Laten wij ons inschakelen, opnieuw geïnspireerd? Geïnspireerd omdat we de toch wel aanwezige, ook nieuwe, mogelijkheden weer zien!
Analyse van religie, met een bevrijdende God, die perspectief, mogelijkheden tot handelen laat zien. Zo'n theologie van drie-eenheid noem ik 'oecumenisch'. Oecumenisch in de zin van oiku-mene, gericht op een ge-heel-de wereld.
Hoe kan 'kerk' een rol spelen in de strijd tegen de dood, de dood zoals velen die beleven? De economische theologie stelt elke religie onder kritiek, dus ook die binnen geloofs-gemeenschappen. Is er 'kerk' die deze theologische zelfkritiek op de economische religie aandurft ? Is er 'kerk' die de theologische kriteria praktiseert? Zijn er aanzetten om collektief perspectief te realiseren?
Tot voor enkele jaren vond in de kerken een duidelijker stellingname plaats ten aanzien van politiek-ideologische vraagstukken (vrede, milieu, racisme). Echter, samen zoeken naar een nog onbekend alternatief voor de heersende maatschappelijke (economische) orde lijkt een hachelijke onderneming. De huidige maatschappijformatie juist in zijn crisis c.q. transformatie uit balans laten vallen (in de heersende voorstelling) lijkt zo niet nóg hachelijker. Dus zorgen dat het niet zo ver komt, is een begrijpelijke beweging, voor de middengroepen, voor allen die zich 'burger' achten.
Toch zal de economie (weer) in eigen hand genomen moeten worden; de herordening moet in een andere 'eigen' richting doorgevoerd worden. Gerechtigheid zal afgedwongen moeten worden en dat kán ook. Het blok ís niet zo massief. Rechtvaardige verhoudingen zijn niet slechts mogelijk tijdens een zogenoemde economische hoogconjunctuur. En, zoals we bij Van Hoogstraten zien: bevrijding uit overheersing is niet slechts 'opheffing van de persoonlijke, individuele vervreemding'.
'Bevrijding zal gebaseerd zijn op verzoening met de God van de revolutie' (transformatie).
Maar welke praktijken kunnen voor de ontrechten, zij die aan de onderkant staan, -langdurig werklozen, ondernemers in het midden- en kleinbedrijf, -WAO-ers, -werknemers in de veranderende industrie en in de dienstverlening, -vrouwen en mannen, -alleenstaande ouderen, -asielzoekers, ... (samen eenderde van de bevolking) inspirerend zijn?
Laten we ons inschakelen, opnieuw geïnspireerd tot de mogelijkheden van collectieve subjecten?
Levert dit nu een adequaat pastoraatsbegrip op? Pastoraat als bondgenootschap?
Zie verder de Pagina Profetisch en feminiserend pastoraat, daar zal ik 'kerk' schetsen en haar pastoraatsrol. (Voor Empowerment zie: www.g3w.be )
maandag 7 april 2014
Partijdige katechese
Enkele thema's in verband met leren zijn: Als eerste de positie van de (bege-)leid(st)er en de noodzaak van een strategische opstelling binnen de samenhang van het werk. Het tweede thema betreft de kursus of het leerprogramma als specifieke momenten in een kontinue en levenslang leerproces. Derde thema is het leren door specifieke verbinding van praktijk met theorie. Als vierde thema is aan de orde de karakteristiek van leren genoemd als een proces van versnelling en vertraging, stilstand en vooruitgang. Als vijfde hoort daar nog bij: de strukturatie van een leersituatie: Een kursus is in feite een aktiviteit van herprogrammeren. Het is het in beeld brengen van ervaringen, herschikken van die ervaringen, theorie aanleveren die nieuw begrippenkader schept en tenslotte de koppeling naar aktuele gebeurtenissen. Dit proces spoort aan tot praktisch maatschappelijk handelen.
'Waar is het goed voor?' Het antwoord op die vraag is duidelijk voor de analfabeten in Latijns Amerika die volgens een programma van Paolo Freire gingen leren lezen en schrijven. Zij kunnen zo de bijbel gaan lezen. Vervolgens ontdekken zij dat de bijbelverhalen van betekenis zijn voor hun omstandigheden. Hun strijd, hun moeite, pijn, lijden en hoop krijgen perspektief. Naar mijn inzicht moet katechese openingen leren zien voor 'zelfbeschikking' van groepen mensen. Godsdienstige vorming moet dit geloof, geloof in de God van de bijbel, in de Nederlandse en Belgische situatie ter sprake brengen: vitaal, strijdbaar, profetisch oproepend tot gerechtigheid. Ze moet handelen over zien en doorzien van belemmeringen en openingen, om vervolgens weerbaar de toekomst ter hand te nemen. (Zoals ook de ekonomische theologie hier van belang wil zijn.)
Via principes van bevrijdingskatechese en thema's van 'mens-wording' kom ik tot het formuleren van kenmerken van katechese die weerbaar maakt tegen religie.
Weerbare katechese.
Ik begin met een samenvatting van principes van 'bevrijdingskatechese'.
1. Bevrijdingskatechese spreekt leerlingen aan op het nivo van hun konkrete alledaagse 'zijn' (gezin, woning, buurt, school, ontspanning .. ) en van hun 'bewustzijn' (ideeën, waardenopvatting, normenpatroon). Zo zijn de leerlingen subjekt of drager van een leerproces waarmee de leerkracht zich kritisch en meevoelend solidair verklaart.
2. Zij verkiest situatiethema's boven leefthema's (die eigen waren aan ervaringskatechese).
3. Zij vertrekt van konkrete situaties van de leerlingen en probeert ze tegelijkertijd van daaruit de tegenstelling te laten zien (en op te heffen) tussen het beeld dat zij hebben van de werkelijkheid (vaak een vervreemd of onteigend bewustzijn) en hun 'zijn' (eigen alledaagse werkelijkheid).
4. Zij stelt de leerlingen en zichzelf vaak de vraag: hoe komt het dat je daar zó over denkt? Met die vraag wil zij duidelijk maken dát en hóe de ekonomische werkelijkheid de basis is van onze ideeën (en wetten).
5. Zij probeert in het doorwerken op konkrete situaties geleidelijk en okkasioneel de onderdrukkende strukturen bloot te leggen die heel vaak verdoezeld worden door de 'bewustmakingssektor' (t.v., reklame, tijdschriften, gezin, school, ... , kerk, ...).
6. Zij toont de mechanismen aan die de burgerlijke ideologie van de heersende klasse aanwendt om zichzelf te rechtvaardigen en te handhaven.
7. Zij laat zien dat het al dan niet veranderen van de werkelijkheid altijd beslist wordt op basis van ekonomische motieven en belangen en niet door allerlei prachtige ideeën.
8. Zij leest de bijbel niet idealistisch door de ideeën van de heersende orde erin te laten binnensluipen, maar leest hem vanuit de konkrete werkelijkheid van kleingehouden mensen.
9. Zij beseft dat dergelijke konfrontatie allerlei konflikten (spanningen, weerstanden) opwekt bij de leerlingen, doch probeert via allerlei spelopbouw met die spanningen iets te doen (inzichtelijk, emotioneel, expressief), de nodige grenzen echter in acht nemend alsook het respekt voor hun eigen keuze.
10. Zij onderstelt dat de bevrijdingskatecheet (voorlopig) een stuk afstand kan nemen van zijn kritische ingesteldheid om scherp te kunnen kijken en luisteren naar datgene wat de leerlingen wer-kelijk bezighoudt. Die afstandname en zelfkritiek kan ook nuttig en nodig blijken om lot- en bondgenootschap te vinden bij kollega's.
Zie verder de pagina 6 Politiserende katechese
'Waar is het goed voor?' Het antwoord op die vraag is duidelijk voor de analfabeten in Latijns Amerika die volgens een programma van Paolo Freire gingen leren lezen en schrijven. Zij kunnen zo de bijbel gaan lezen. Vervolgens ontdekken zij dat de bijbelverhalen van betekenis zijn voor hun omstandigheden. Hun strijd, hun moeite, pijn, lijden en hoop krijgen perspektief. Naar mijn inzicht moet katechese openingen leren zien voor 'zelfbeschikking' van groepen mensen. Godsdienstige vorming moet dit geloof, geloof in de God van de bijbel, in de Nederlandse en Belgische situatie ter sprake brengen: vitaal, strijdbaar, profetisch oproepend tot gerechtigheid. Ze moet handelen over zien en doorzien van belemmeringen en openingen, om vervolgens weerbaar de toekomst ter hand te nemen. (Zoals ook de ekonomische theologie hier van belang wil zijn.)
Via principes van bevrijdingskatechese en thema's van 'mens-wording' kom ik tot het formuleren van kenmerken van katechese die weerbaar maakt tegen religie.
Weerbare katechese.
Ik begin met een samenvatting van principes van 'bevrijdingskatechese'.
1. Bevrijdingskatechese spreekt leerlingen aan op het nivo van hun konkrete alledaagse 'zijn' (gezin, woning, buurt, school, ontspanning .. ) en van hun 'bewustzijn' (ideeën, waardenopvatting, normenpatroon). Zo zijn de leerlingen subjekt of drager van een leerproces waarmee de leerkracht zich kritisch en meevoelend solidair verklaart.
2. Zij verkiest situatiethema's boven leefthema's (die eigen waren aan ervaringskatechese).
3. Zij vertrekt van konkrete situaties van de leerlingen en probeert ze tegelijkertijd van daaruit de tegenstelling te laten zien (en op te heffen) tussen het beeld dat zij hebben van de werkelijkheid (vaak een vervreemd of onteigend bewustzijn) en hun 'zijn' (eigen alledaagse werkelijkheid).
4. Zij stelt de leerlingen en zichzelf vaak de vraag: hoe komt het dat je daar zó over denkt? Met die vraag wil zij duidelijk maken dát en hóe de ekonomische werkelijkheid de basis is van onze ideeën (en wetten).
5. Zij probeert in het doorwerken op konkrete situaties geleidelijk en okkasioneel de onderdrukkende strukturen bloot te leggen die heel vaak verdoezeld worden door de 'bewustmakingssektor' (t.v., reklame, tijdschriften, gezin, school, ... , kerk, ...).
6. Zij toont de mechanismen aan die de burgerlijke ideologie van de heersende klasse aanwendt om zichzelf te rechtvaardigen en te handhaven.
7. Zij laat zien dat het al dan niet veranderen van de werkelijkheid altijd beslist wordt op basis van ekonomische motieven en belangen en niet door allerlei prachtige ideeën.
8. Zij leest de bijbel niet idealistisch door de ideeën van de heersende orde erin te laten binnensluipen, maar leest hem vanuit de konkrete werkelijkheid van kleingehouden mensen.
9. Zij beseft dat dergelijke konfrontatie allerlei konflikten (spanningen, weerstanden) opwekt bij de leerlingen, doch probeert via allerlei spelopbouw met die spanningen iets te doen (inzichtelijk, emotioneel, expressief), de nodige grenzen echter in acht nemend alsook het respekt voor hun eigen keuze.
10. Zij onderstelt dat de bevrijdingskatecheet (voorlopig) een stuk afstand kan nemen van zijn kritische ingesteldheid om scherp te kunnen kijken en luisteren naar datgene wat de leerlingen wer-kelijk bezighoudt. Die afstandname en zelfkritiek kan ook nuttig en nodig blijken om lot- en bondgenootschap te vinden bij kollega's.
Zie verder de pagina 6 Politiserende katechese
dinsdag 21 januari 2014
Nieuwe spiritualiteit de redding?
Ik wil ingaan op wat holisme (of nieuwe spiritualiteit) ons te bieden heeft omdat zij de indruk meevoert perspektief en alternatieven te bieden.
Volgens 'nieuwe-tijd-'denkers ís er een verandering gaande bij de natuurwetenschappen en daarbij aansluitend in de menswetenschappen. Zij beschrijven een algehele wetenschappelijke en kulturele revolutie die zich voor de ogen van de moderne mens voltrekt. Het tijdperk van de Waterman is begonnen.
Deze revolutie werd ingeleid door gezaghebbende natuurwetenschappers als Bohr en Einstein, in de twintiger jaren van de 20e eeuw. De natuurkundigen ontdekten tot hun niet geringe verbazing dat zij de deeltjes die zij bestudeerden in feite op hetzelfde moment ook beïnvloedden. De in de klassieke natuurkunde probleemloos gehanteerde scheiding tussen een waarnemend subjekt en een waargenomen objekt dat onder de waarneming onberoerd bleef, ging in de 'kwantummechanica' niet langer op.
In het oude, mechanistische wereldbeeld dat de natuurwetenschappers sinds Descartes en Newton hanteren, wordt alles herleid tot kleinste deeltjes die causaal met elkaar verbonden zijn. Het ideaal van de oude fysica was een objektieve wetenschap. Steeds duidelijker werd dat god daarbij niet meer gehanteerd hoefde te worden, als de Grote oorzaak.
In de jaren vijftig toen Capra nog als fysicus publiceerde, dacht men met de reduktionistische zoektocht naar de bouwstenen van de materie tot een eind gekomen te zijn. Vooral fysici in Californië, zoals Chew, Capra's leermeester, kwamen met holistische ideeën. Zij pleiten voor een nieuwe fysica waarin men vertrekt vanuit het geheel (holos). Hierin wordt rekening gehouden met 'het besef van wereldomspannende werkelijkheden, van onderlinge afhankelijkheid van alle verschijnselen en het ingebed-zijn van individuen en maatschappijen in de cyclische processen van de natuur'.
Het oude beeld dat de mens zich middels de technologie heer en meester kon wanen over de natuur heeft afgedaan. Omdat het geheel niet rationeel tot haar complementaire delen kan worden herleid, wordt toevlucht gezocht tot de mystieke visioenen over de eenheid van mens en kosmos om duidelijk te maken wat onder het geheel moet worden verstaan.
Nieuwe vormen van spiritualiteit vullen het vakuüm dat was ontstaan door de -ook- religieuze krisis (zingevingskrisis). Het rationalisme is op de terugtocht gezet door mystiek, de tolerantie ten opzichte van het irrationele is groot.
Veel mensen hebben behoefte aan heelheid, holisme, aan spiritualiteit, positieve geloofservaring. Bijvoorbeeld omdat, ook waar ontwapening mogelijk blijkt en armoede niet zou hoeven, tegelijkertijd maar doorgegaan wordt met oorlog aanwakkeren, rijkdom vergaren, milieu bederven, ... ten koste van vele slachtoffers! Begaan met zo'n wereld vol tegenstellingen hebben zij vaak het gevoel er maar alleen voor te staan. En in die verwarring is soms ook niet meer duidelijk of geloof, geloof in de God van de bijbel nog wel iets betekent.
Moet het rationalisme verdedigd worden tegen de opmars van deze mystiek? Heeft de kwantummechanica het denken echt fundamenteel aan het wankelen gebracht, of is holisme wellicht instrument in het midden van de heersende orde?
Lineair denken, geschiedenis zien als een proces, ontwikkeling via oorzaak-gevolg ... is niet vol te houden na de kwantummechanica; dat zeggen de nieuwe wetenschappers terecht. Maar vervolgens bij cyclisch denken blijven steken, kan evenmin, lijkt mij.
Ten opzichte van de politieke theologie vind ik dat holisme weer teruggaat achter de konklusie dat het niet meer om 'de' mens gaat maar om groepen, klassen, rassen, sexen. Ten opzichte van de in vorige paragrafen gevonden kriteria vind ik dat holisme niet 'vanuit het volk' (democratisch) spreekt.
Voor sommige individuen is persoonlijke groei de oplossing voor het (uiteindelijk) verbeteren van de wereld, zeker voor diegenen die bij de overgang, c.q. transformatie de nieuwe opkomende klasse kunnen (?) vormen.
In verwarrende tijden, zo blijkt, wordt de stroming sterker die individuele beleving vraagt in plaats van rationele analyse en wordt er strijd gevoerd -in de theologie- tussen (individuele) spiritualiteit en politiek. Ik denk dat NewAge aan de gevestigde kerken in Europa en in de Ver. Staten vraagt om duidelijker met hun perspektief naar voren te komen. Dát, dat perspektief en de specifieke inspiratiebron, kunnen ze te bieden hebben aan de maatschappij die zoveel mensen zo arm laat leven. NewAge blijkt een nieuwe invalshoek te zijn om de tekortkomingen van de westerse kultuur aan te wijzen, om die op te lossen. 'Geloof' is daarbij lang veronachtzaamd. De belangstelling voor NewAge maakt dat duidelijk.
Echter, een god die alomtegenwoordig en almachtig is (eventueel met een machtige representant die wel eens even orde op zaken zal stellen en de zondebokken zal offeren) krijgt met NewAge weer ruimte. Iedere zichzelf respekterende god grijpt toch in als de mensen het niet redden (of als ze zich op een andere god verlaten); die nieuwe tijd moet er toch komen!
Om goede redenen had de theologie afscheid genomen van zo'n Macht die de hemel belooft; die voorgaande generaties zo had betutteld en bevoogd. En er zijn goede redenen om gezonde argwaan tegen een 'sterke man' te hebben.
Zijn de heersende machten, de macht van de bewapening, van de rijkdom, van de milieuvervuiling, van de blanke, van de macho, enz. ..., met holisme nu opgeheven? Nee, want niet 'iets goddelijks', zoiets algemeens, grijpt van buitenaf in en brengt de rechtvaardige wereld en de behouden schepping.
Op grond van de hernieuwde belangstelling voor 'het goddelijke in de kosmos en in jezelf' acht ik een uiteenzetten van theologie vanuit de optie van religiekritiek met (pastorale) psychologie van belang. (Na het uiteenzetten door Van Hoogstraten met sociologie.) (Verhaeghe ?)
(Zie de pagina 4 Een wereld van goden, par 413´Technologie en nieuwe spiritualiteit´ -via de kolom links hiernaast.)
Volgens 'nieuwe-tijd-'denkers ís er een verandering gaande bij de natuurwetenschappen en daarbij aansluitend in de menswetenschappen. Zij beschrijven een algehele wetenschappelijke en kulturele revolutie die zich voor de ogen van de moderne mens voltrekt. Het tijdperk van de Waterman is begonnen.
Deze revolutie werd ingeleid door gezaghebbende natuurwetenschappers als Bohr en Einstein, in de twintiger jaren van de 20e eeuw. De natuurkundigen ontdekten tot hun niet geringe verbazing dat zij de deeltjes die zij bestudeerden in feite op hetzelfde moment ook beïnvloedden. De in de klassieke natuurkunde probleemloos gehanteerde scheiding tussen een waarnemend subjekt en een waargenomen objekt dat onder de waarneming onberoerd bleef, ging in de 'kwantummechanica' niet langer op.
In het oude, mechanistische wereldbeeld dat de natuurwetenschappers sinds Descartes en Newton hanteren, wordt alles herleid tot kleinste deeltjes die causaal met elkaar verbonden zijn. Het ideaal van de oude fysica was een objektieve wetenschap. Steeds duidelijker werd dat god daarbij niet meer gehanteerd hoefde te worden, als de Grote oorzaak.

In de jaren vijftig toen Capra nog als fysicus publiceerde, dacht men met de reduktionistische zoektocht naar de bouwstenen van de materie tot een eind gekomen te zijn. Vooral fysici in Californië, zoals Chew, Capra's leermeester, kwamen met holistische ideeën. Zij pleiten voor een nieuwe fysica waarin men vertrekt vanuit het geheel (holos). Hierin wordt rekening gehouden met 'het besef van wereldomspannende werkelijkheden, van onderlinge afhankelijkheid van alle verschijnselen en het ingebed-zijn van individuen en maatschappijen in de cyclische processen van de natuur'.
Het oude beeld dat de mens zich middels de technologie heer en meester kon wanen over de natuur heeft afgedaan. Omdat het geheel niet rationeel tot haar complementaire delen kan worden herleid, wordt toevlucht gezocht tot de mystieke visioenen over de eenheid van mens en kosmos om duidelijk te maken wat onder het geheel moet worden verstaan.
Nieuwe vormen van spiritualiteit vullen het vakuüm dat was ontstaan door de -ook- religieuze krisis (zingevingskrisis). Het rationalisme is op de terugtocht gezet door mystiek, de tolerantie ten opzichte van het irrationele is groot.
Veel mensen hebben behoefte aan heelheid, holisme, aan spiritualiteit, positieve geloofservaring. Bijvoorbeeld omdat, ook waar ontwapening mogelijk blijkt en armoede niet zou hoeven, tegelijkertijd maar doorgegaan wordt met oorlog aanwakkeren, rijkdom vergaren, milieu bederven, ... ten koste van vele slachtoffers! Begaan met zo'n wereld vol tegenstellingen hebben zij vaak het gevoel er maar alleen voor te staan. En in die verwarring is soms ook niet meer duidelijk of geloof, geloof in de God van de bijbel nog wel iets betekent.
Moet het rationalisme verdedigd worden tegen de opmars van deze mystiek? Heeft de kwantummechanica het denken echt fundamenteel aan het wankelen gebracht, of is holisme wellicht instrument in het midden van de heersende orde?
Lineair denken, geschiedenis zien als een proces, ontwikkeling via oorzaak-gevolg ... is niet vol te houden na de kwantummechanica; dat zeggen de nieuwe wetenschappers terecht. Maar vervolgens bij cyclisch denken blijven steken, kan evenmin, lijkt mij.
Ten opzichte van de politieke theologie vind ik dat holisme weer teruggaat achter de konklusie dat het niet meer om 'de' mens gaat maar om groepen, klassen, rassen, sexen. Ten opzichte van de in vorige paragrafen gevonden kriteria vind ik dat holisme niet 'vanuit het volk' (democratisch) spreekt.
Voor sommige individuen is persoonlijke groei de oplossing voor het (uiteindelijk) verbeteren van de wereld, zeker voor diegenen die bij de overgang, c.q. transformatie de nieuwe opkomende klasse kunnen (?) vormen.
In verwarrende tijden, zo blijkt, wordt de stroming sterker die individuele beleving vraagt in plaats van rationele analyse en wordt er strijd gevoerd -in de theologie- tussen (individuele) spiritualiteit en politiek. Ik denk dat NewAge aan de gevestigde kerken in Europa en in de Ver. Staten vraagt om duidelijker met hun perspektief naar voren te komen. Dát, dat perspektief en de specifieke inspiratiebron, kunnen ze te bieden hebben aan de maatschappij die zoveel mensen zo arm laat leven. NewAge blijkt een nieuwe invalshoek te zijn om de tekortkomingen van de westerse kultuur aan te wijzen, om die op te lossen. 'Geloof' is daarbij lang veronachtzaamd. De belangstelling voor NewAge maakt dat duidelijk.
Echter, een god die alomtegenwoordig en almachtig is (eventueel met een machtige representant die wel eens even orde op zaken zal stellen en de zondebokken zal offeren) krijgt met NewAge weer ruimte. Iedere zichzelf respekterende god grijpt toch in als de mensen het niet redden (of als ze zich op een andere god verlaten); die nieuwe tijd moet er toch komen!
Om goede redenen had de theologie afscheid genomen van zo'n Macht die de hemel belooft; die voorgaande generaties zo had betutteld en bevoogd. En er zijn goede redenen om gezonde argwaan tegen een 'sterke man' te hebben.
Zijn de heersende machten, de macht van de bewapening, van de rijkdom, van de milieuvervuiling, van de blanke, van de macho, enz. ..., met holisme nu opgeheven? Nee, want niet 'iets goddelijks', zoiets algemeens, grijpt van buitenaf in en brengt de rechtvaardige wereld en de behouden schepping.
Op grond van de hernieuwde belangstelling voor 'het goddelijke in de kosmos en in jezelf' acht ik een uiteenzetten van theologie vanuit de optie van religiekritiek met (pastorale) psychologie van belang. (Na het uiteenzetten door Van Hoogstraten met sociologie.) (Verhaeghe ?)
(Zie de pagina 4 Een wereld van goden, par 413´Technologie en nieuwe spiritualiteit´ -via de kolom links hiernaast.)
dinsdag 7 januari 2014
Eenieder denkt zich ´burger´ en ´vrij´
Elke afzonderlijke wetenschappelijke discipline zou zelfkritisch moeten zijn, sinds ze zich onafhankelijk menen. De economie, de filosofie, de sociologie, de natuurwetenschappen, de pedagogie, de theologie ook ... Via een aantal theologen begrijp ik dat er niet slechts ideologie nestelt in de maatschappij, maar religie.
Valt hieraan nog (weer) te ontkomen?
In ´Drie analyses van religie´ (zie de kolom ´pagina´s´, hiernaast), probeer ik deze theologen kort weer te geven.
Hieronder enkele aanduidingen.
Autonome (af-)god.
Ideeën over het ekonomisch proces zijn geen geniale uitvindingen van iemand als A. Smith, maar ze zijn zelf (bij-)produkten van het ekonomisch proces, in dit geval van de ruilekonomie van het kapitalisme. De dagelijkse ruil op de markt produceert de abstrakte ideologie, de 'fetisjgestalte` van de waar, het idee dat de rijkdom het produkt is van een autonoom akkumulatieproces. Het kapitaal is de religie, niet enkel de leer van het kapitaal.
Het blijkt dat de klassieke ekonoom Adam Smith een nieuwe god produceerde terwijl hij dat zelf niet in de gaten had. De ekonomische wetenschap die fundamentele kritiek zou moeten uitoefenen op haar eigen vooronderstellingen neemt het kapitaal gewoon aan als vanzelfsprekend, terwijl wij het zelf produceren. De kritiek van een ekonoom die interne tegenstrijdigheden in de theorie ziet en onrecht in de praktijk, werkt kennelijk niet: Het absolute beginsel van het ruil-principe wordt in zijn beslotenheid gelaten, ondanks kritiek vanuit het gebruiks-principe.
Feitelijke gegevenheid is dát wij onontkoombaar religieus zijn, aan handen en voeten gebonden aan de god van de ekonomie. Met de kritische ekonomie -van A.G. Frank- zag ik wel dat de ekonomie mensen en de aarde exploiteert om die, b.v. via arbeid, om te zetten in kapitaal, maar ik zag ook dat velen niet worden aangesproken door deze inzichten. De ekonomie leek een abstrakt, onaantastbaar systeem waartegen je wel kan strijden, maar bij voorbaat kansloos. Wat over leek te blijven was je op zijn minst staande proberen te houden (defensief). Met de ekonomische theologie begrijp ik dat het gaat om een ideologie die totaal wil zijn, een religie. En die komt van mensen.
Moeten we konkluderen dat er slechts door radikale (in-)breuk (waarvandaan?) afgerekend zal kunnen worden met de heersende religie, of is er geen hoop, slechts de realiteit? Misschien moet de realiteit eerst maar eens goed doordringen. Onder het mom dat parlementaire politiek controle heeft (demokratie) over de alomvattende ekonomie wordt de verantwoordelijkheid féitelijk bij (de af-)god gelegd.
Willen we tot een andere ekonomie komen (zonder toeëigening van meerwaarde) dan zullen er daden gesteld moeten worden. Dat is noodzakelijkerwijze dus niet alleen 'parlementair', omdat ons huidig parlementair-demokratisch politiek stelsel in de praktijk niet de ultieme macht over de ekonomie heeft.
(Een 'nieuwe' God er tegenover, is dát de oplossing?)
De invalshoek voor analyse van Van Leeuwen was in en vanuit het kapitaal, theorie-/zaak-analyse, de arbeidswaarde (het afgodsbeeld). Er is -in principe- een rol weggelegd voor het politieke: strategisch handelen. Interveniëren in de ekonomie is politiek; althans dat moet politiek zijn. Die plaats zal ze moeten waarmaken.
De invalshoek van Hinkelammert, vanuit subjekt, de 'knielers', kan ons op dit punt verder helpen. Hij laat ons zien of wij mensen wel zelfverantwoordelijk kunnen/willen zijn voor de ekonomie. Met zo'n kritiek van de religie ontdekken we waar we ons er zélf aan onderwerpen, hoe we er aan meedoen en waar we tegelijkertijd onder dat 'systeem' lijden (arbeidsdeling).
Volgens Hinkelammert is er sprake van fetisjisme van de warenbetrekkingen.
Fetisj.
Fetisjistische transcendentaliteit ontstaat zodra de mens eigen beslissingsmacht aan bovenpersoonlijke krachten overgeeft. Met andere woorden: zodra de mens zijn subjekttitel afgeeft en zich onderwerpt aan die krachten en daarmee zelf objekt wordt. Volgens Hinkelammert geeft de mens zijn beslissingsmacht, over de arbeidsdeling, over aan de krachten markt, geld en kapitaal.
De mens houdt wel een aarzeling bij deze overdracht, een spanning. Hij herinnert zichzelf namelijk nog wel als oorsprong, als subjekt. Hij draagt zijn eigen innerlijkheid over, aan de markt. Die spanning wordt opgeheven door de religieuze projektie: God komt als Subjekt op de waren te liggen. 'God' verzoent de mens met zijn zelfgekozen onmacht. Onder de hoede van God is de warenwereld subjekt en de mens schikt zich zo in de objektpositie. Voor de markt kan de mens niet knielen, voor God wel.
De mens kan op die manier berusten in zijn weigering zelf de subjekttitel te dragen. Het geweigerde deel van zichzelf herkent hij in God, een willekeurige god. God is verantwoordelijk subjekt en beslist over leven en dood. God wordt ingeroepen ter goedkeuring en die goedkeuring wordt door deze God altijd gegeven, zodat de mens zich in zijn gedrag gelegitimeerd voelt.
Hinkelammert heeft fetisjisme herkend in een drietal theorieën van de ekonomie, van Weber, de Trilaterale en Friedman.
Met Hinkelammert begrijp ik dat in de Trilaterale-theorie de mensen het 'geloof' wordt voorgehouden in de kapitalistische ekonomie allen afhankelijk-van allen te zijn en dus verantwoordelijk-voor allen. In de schijn-eenheid van de internationale arbeidsdeling (ten behoeve van kapitaalakkumulatie, dus) wordt ons eeuwig leven beloofd. (Voor de armen ná dít leven.)
Bij Friedman zien we volgens Hinkelammert een open agressief irrationalisme. De mens biedt zichzelf 24 uur aan en koopt zich 24 uur per dag af. Friedman spreekt van 'portfolio-subjekt'; dit subjekt koopt van het subjekt dat voorkeuren heeft en hij verkoopt zich daartoe voor het gewenste deel op de markt. Bij Friedman heeft echter alles een prijs: zon, licht, kinderen, de stem van een zangeres, een park, een uitzicht. Toegepast b.v. op het (willen) krijgen van kinderen betekent het: kinderen zijn een genotartikel en kapitaalgoed.
Elke inkomensbron is kapitaal en elke handeling/interventie kost geld. Men moet steeds berekenen of de investering kapitaalsversterking betekent of vergroting van konsumptie. Het laatste is fout want het is geen toename van kapitaal.
Friedmans programma doorvoeren, betekent het einde van minimumloon, ouderenzorg, enz. Niet-inmenging van de staat, de kapitalistische eigendomsverhoudingen worden ermee verdedigd. Het enig toelaatbare is liefdadigheid, maar ook dat is een kwestie van vrijheid. De staat dient slechts het garanderen van die vrijheid. Een politiestaat is juist daardoor het gevolg, zo konkludeert Hinkelammert. (Interventie van de politie om non-interventie te verdedigen.)
Geluk, uiteindelijk geluk zal ons deel zijn als we ons maar in volledige overgave beschikbaar stellen, aan de markt, zo kunnen we begrijpen van Friedman.
Met Hinkelammert kunnen we dus konkluderen dat niet alleen onze arbeid wordt toegeëigend, maar: wij zijn volledig eigendom van het internationale kapitaal. Wij beschikken niet meer zelf, we láten over ons beschikken.
Gevangen Denken.
Ook Van Hoogstraten treedt in het subjekt-debat. Hij is er op uit ruimte te zoeken voor een veranderend subjekt. Hij stelt dat de theologie haar openbaringspretentie effekt kan laten hebben als zij haar kritiek op de zogenaamde natuurlijke orde uitbreidt tot de wereldbeelden van sociologen. Zelf vind hij dezelfde religieusiteit als in de (neo-)klassieke ekonomi(sch)e (theorie) terug als ideologische bevangenheid bij een groep kennissociologen, w.o. Luckmann en Weber, die denken in termen van systeem en funktie. Bij deze sociologie stelt hij de vraag: Wat zijn de verborgen metafysische en religieuze vooronderstellingen?
Van Hoogstraten ziet in deze burgerlijke religie een pseudo-gestalte van het christelijk geloof en daarom vraagt het om een theologische reaktie. De theologie moet voor een adekwate reaktie echter eerst zelf van religie bevrijd worden, zegt Van Hoogstraten.
Mijns inziens vraagt religie om theologische reaktie, ten eerste omdat religie knecht en ten tweede omdat zij misbruik maakt van religieuze behoefte van mensen.
Theologie kan wel humaniserende werking hebben (nadat ze van de religie bevrijd is). Ze kan de 'religieuze' mens bevrijden.
De mens is een verdeeld subjekt. Eenwording wordt verhinderd; van een vrij, ongedeeld subjekt is geen sprake.
Ik vertaal dit als volgt: Om de rust te handhaven wordt ons voorgehouden dat beheerssystemen noodzakelijk zijn. We worden op alle mogelijke manieren in de struktuur 'gebonden': 1. Ekonomische afhankelijkheid (b.v. via de staat): als student 'kreeg' ik een studiebeurs. Met de dwang (bank, rente) die binnen een bepaalde tijd terug te betalen. Het eerste kriterium voor een goede baan is dus: goede verdienste. Als uitkeringsgerechtigde werkloze mag ik niet te lang op de gemeenschap teren. 2. Politieke 'vrijheid': We mogen heel demokratisch meepraten maar we moeten de ekonomie zijn gang laten gaan en van de kern-centrales en -wapens afblijven met onze handen. Ik mag kritische theologie studeren zolang de machtsposities in de (kerkelijke) hiërarchische strukturen door die studie niet wezenlijk worden aangetast. 3. Ideologische beïnvloeding: in de school, de media, de kerk, het gezin, ...: 'Het is nu eenmaal zo', of 'dat hoort zo', of 'het is door god gewild', of 'het helpt toch niet'.
Het zit dan ook hardstikke in me (om voor mezelf te spreken). Als ´burger´ uit het rijke NoordWesten houd ik mede de tegenstelling rijk-arm met de Derde Wereld in stand. En als man behoor ik tot de onderdrukkende sexe (hoe snel is 'maar ik hou toch van je' argument genoeg om te kunnen overheersen).
Het systeem, m.a.w., is het subjekt en god staat daar achter.
Wij hebben het in de ekonomie, in de politiek en in de ideologie klaargespeeld god immanent te maken, zo meen ik met de analyses te mogen aannemen.
Kunnen we wel (weer) weerbaar, zelfbewust en verbonden worden?
De weerbarstige werkelijkheid kán en moet getransformeerd worden, naar een 'eigen' nieuwe maatschappijvorm.
Valt hieraan nog (weer) te ontkomen?
In ´Drie analyses van religie´ (zie de kolom ´pagina´s´, hiernaast), probeer ik deze theologen kort weer te geven.
Hieronder enkele aanduidingen.

Autonome (af-)god.
Ideeën over het ekonomisch proces zijn geen geniale uitvindingen van iemand als A. Smith, maar ze zijn zelf (bij-)produkten van het ekonomisch proces, in dit geval van de ruilekonomie van het kapitalisme. De dagelijkse ruil op de markt produceert de abstrakte ideologie, de 'fetisjgestalte` van de waar, het idee dat de rijkdom het produkt is van een autonoom akkumulatieproces. Het kapitaal is de religie, niet enkel de leer van het kapitaal.
Het blijkt dat de klassieke ekonoom Adam Smith een nieuwe god produceerde terwijl hij dat zelf niet in de gaten had. De ekonomische wetenschap die fundamentele kritiek zou moeten uitoefenen op haar eigen vooronderstellingen neemt het kapitaal gewoon aan als vanzelfsprekend, terwijl wij het zelf produceren. De kritiek van een ekonoom die interne tegenstrijdigheden in de theorie ziet en onrecht in de praktijk, werkt kennelijk niet: Het absolute beginsel van het ruil-principe wordt in zijn beslotenheid gelaten, ondanks kritiek vanuit het gebruiks-principe.
Feitelijke gegevenheid is dát wij onontkoombaar religieus zijn, aan handen en voeten gebonden aan de god van de ekonomie. Met de kritische ekonomie -van A.G. Frank- zag ik wel dat de ekonomie mensen en de aarde exploiteert om die, b.v. via arbeid, om te zetten in kapitaal, maar ik zag ook dat velen niet worden aangesproken door deze inzichten. De ekonomie leek een abstrakt, onaantastbaar systeem waartegen je wel kan strijden, maar bij voorbaat kansloos. Wat over leek te blijven was je op zijn minst staande proberen te houden (defensief). Met de ekonomische theologie begrijp ik dat het gaat om een ideologie die totaal wil zijn, een religie. En die komt van mensen.
Moeten we konkluderen dat er slechts door radikale (in-)breuk (waarvandaan?) afgerekend zal kunnen worden met de heersende religie, of is er geen hoop, slechts de realiteit? Misschien moet de realiteit eerst maar eens goed doordringen. Onder het mom dat parlementaire politiek controle heeft (demokratie) over de alomvattende ekonomie wordt de verantwoordelijkheid féitelijk bij (de af-)god gelegd.
Willen we tot een andere ekonomie komen (zonder toeëigening van meerwaarde) dan zullen er daden gesteld moeten worden. Dat is noodzakelijkerwijze dus niet alleen 'parlementair', omdat ons huidig parlementair-demokratisch politiek stelsel in de praktijk niet de ultieme macht over de ekonomie heeft.
(Een 'nieuwe' God er tegenover, is dát de oplossing?)
De invalshoek voor analyse van Van Leeuwen was in en vanuit het kapitaal, theorie-/zaak-analyse, de arbeidswaarde (het afgodsbeeld). Er is -in principe- een rol weggelegd voor het politieke: strategisch handelen. Interveniëren in de ekonomie is politiek; althans dat moet politiek zijn. Die plaats zal ze moeten waarmaken.
De invalshoek van Hinkelammert, vanuit subjekt, de 'knielers', kan ons op dit punt verder helpen. Hij laat ons zien of wij mensen wel zelfverantwoordelijk kunnen/willen zijn voor de ekonomie. Met zo'n kritiek van de religie ontdekken we waar we ons er zélf aan onderwerpen, hoe we er aan meedoen en waar we tegelijkertijd onder dat 'systeem' lijden (arbeidsdeling).
Volgens Hinkelammert is er sprake van fetisjisme van de warenbetrekkingen.
Fetisj.
Fetisjistische transcendentaliteit ontstaat zodra de mens eigen beslissingsmacht aan bovenpersoonlijke krachten overgeeft. Met andere woorden: zodra de mens zijn subjekttitel afgeeft en zich onderwerpt aan die krachten en daarmee zelf objekt wordt. Volgens Hinkelammert geeft de mens zijn beslissingsmacht, over de arbeidsdeling, over aan de krachten markt, geld en kapitaal.
De mens houdt wel een aarzeling bij deze overdracht, een spanning. Hij herinnert zichzelf namelijk nog wel als oorsprong, als subjekt. Hij draagt zijn eigen innerlijkheid over, aan de markt. Die spanning wordt opgeheven door de religieuze projektie: God komt als Subjekt op de waren te liggen. 'God' verzoent de mens met zijn zelfgekozen onmacht. Onder de hoede van God is de warenwereld subjekt en de mens schikt zich zo in de objektpositie. Voor de markt kan de mens niet knielen, voor God wel.
De mens kan op die manier berusten in zijn weigering zelf de subjekttitel te dragen. Het geweigerde deel van zichzelf herkent hij in God, een willekeurige god. God is verantwoordelijk subjekt en beslist over leven en dood. God wordt ingeroepen ter goedkeuring en die goedkeuring wordt door deze God altijd gegeven, zodat de mens zich in zijn gedrag gelegitimeerd voelt.
Hinkelammert heeft fetisjisme herkend in een drietal theorieën van de ekonomie, van Weber, de Trilaterale en Friedman.
Met Hinkelammert begrijp ik dat in de Trilaterale-theorie de mensen het 'geloof' wordt voorgehouden in de kapitalistische ekonomie allen afhankelijk-van allen te zijn en dus verantwoordelijk-voor allen. In de schijn-eenheid van de internationale arbeidsdeling (ten behoeve van kapitaalakkumulatie, dus) wordt ons eeuwig leven beloofd. (Voor de armen ná dít leven.)
Bij Friedman zien we volgens Hinkelammert een open agressief irrationalisme. De mens biedt zichzelf 24 uur aan en koopt zich 24 uur per dag af. Friedman spreekt van 'portfolio-subjekt'; dit subjekt koopt van het subjekt dat voorkeuren heeft en hij verkoopt zich daartoe voor het gewenste deel op de markt. Bij Friedman heeft echter alles een prijs: zon, licht, kinderen, de stem van een zangeres, een park, een uitzicht. Toegepast b.v. op het (willen) krijgen van kinderen betekent het: kinderen zijn een genotartikel en kapitaalgoed.
Elke inkomensbron is kapitaal en elke handeling/interventie kost geld. Men moet steeds berekenen of de investering kapitaalsversterking betekent of vergroting van konsumptie. Het laatste is fout want het is geen toename van kapitaal.
Friedmans programma doorvoeren, betekent het einde van minimumloon, ouderenzorg, enz. Niet-inmenging van de staat, de kapitalistische eigendomsverhoudingen worden ermee verdedigd. Het enig toelaatbare is liefdadigheid, maar ook dat is een kwestie van vrijheid. De staat dient slechts het garanderen van die vrijheid. Een politiestaat is juist daardoor het gevolg, zo konkludeert Hinkelammert. (Interventie van de politie om non-interventie te verdedigen.)
Geluk, uiteindelijk geluk zal ons deel zijn als we ons maar in volledige overgave beschikbaar stellen, aan de markt, zo kunnen we begrijpen van Friedman.
Met Hinkelammert kunnen we dus konkluderen dat niet alleen onze arbeid wordt toegeëigend, maar: wij zijn volledig eigendom van het internationale kapitaal. Wij beschikken niet meer zelf, we láten over ons beschikken.
Gevangen Denken.
Ook Van Hoogstraten treedt in het subjekt-debat. Hij is er op uit ruimte te zoeken voor een veranderend subjekt. Hij stelt dat de theologie haar openbaringspretentie effekt kan laten hebben als zij haar kritiek op de zogenaamde natuurlijke orde uitbreidt tot de wereldbeelden van sociologen. Zelf vind hij dezelfde religieusiteit als in de (neo-)klassieke ekonomi(sch)e (theorie) terug als ideologische bevangenheid bij een groep kennissociologen, w.o. Luckmann en Weber, die denken in termen van systeem en funktie. Bij deze sociologie stelt hij de vraag: Wat zijn de verborgen metafysische en religieuze vooronderstellingen?
Van Hoogstraten ziet in deze burgerlijke religie een pseudo-gestalte van het christelijk geloof en daarom vraagt het om een theologische reaktie. De theologie moet voor een adekwate reaktie echter eerst zelf van religie bevrijd worden, zegt Van Hoogstraten.
Mijns inziens vraagt religie om theologische reaktie, ten eerste omdat religie knecht en ten tweede omdat zij misbruik maakt van religieuze behoefte van mensen.
Theologie kan wel humaniserende werking hebben (nadat ze van de religie bevrijd is). Ze kan de 'religieuze' mens bevrijden.
De mens is een verdeeld subjekt. Eenwording wordt verhinderd; van een vrij, ongedeeld subjekt is geen sprake.
Ik vertaal dit als volgt: Om de rust te handhaven wordt ons voorgehouden dat beheerssystemen noodzakelijk zijn. We worden op alle mogelijke manieren in de struktuur 'gebonden': 1. Ekonomische afhankelijkheid (b.v. via de staat): als student 'kreeg' ik een studiebeurs. Met de dwang (bank, rente) die binnen een bepaalde tijd terug te betalen. Het eerste kriterium voor een goede baan is dus: goede verdienste. Als uitkeringsgerechtigde werkloze mag ik niet te lang op de gemeenschap teren. 2. Politieke 'vrijheid': We mogen heel demokratisch meepraten maar we moeten de ekonomie zijn gang laten gaan en van de kern-centrales en -wapens afblijven met onze handen. Ik mag kritische theologie studeren zolang de machtsposities in de (kerkelijke) hiërarchische strukturen door die studie niet wezenlijk worden aangetast. 3. Ideologische beïnvloeding: in de school, de media, de kerk, het gezin, ...: 'Het is nu eenmaal zo', of 'dat hoort zo', of 'het is door god gewild', of 'het helpt toch niet'.
Het zit dan ook hardstikke in me (om voor mezelf te spreken). Als ´burger´ uit het rijke NoordWesten houd ik mede de tegenstelling rijk-arm met de Derde Wereld in stand. En als man behoor ik tot de onderdrukkende sexe (hoe snel is 'maar ik hou toch van je' argument genoeg om te kunnen overheersen).
Het systeem, m.a.w., is het subjekt en god staat daar achter.
Wij hebben het in de ekonomie, in de politiek en in de ideologie klaargespeeld god immanent te maken, zo meen ik met de analyses te mogen aannemen.
Kunnen we wel (weer) weerbaar, zelfbewust en verbonden worden?
De weerbarstige werkelijkheid kán en moet getransformeerd worden, naar een 'eigen' nieuwe maatschappijvorm.
Abonneren op:
Posts (Atom)
