Welkom

Welkom op mijn weblog.
Hier vind je allereerst bevindingen (berichten) van mij tijdens mijn verblijf in Israel/Palestina; op de pagina Waarnemer in Yanoun, te beginnen op 13 november 2012
(zie: Blogarchief). Verder vind je teksten die ik voor kerk en maatschappij heb geschreven; korte op dezelfde genoemde pagina en wat langere op andere pagina´s.
Laat ajb weten of ze je boeien.


donderdag 19 september 2013

De Bijbel is een protestantse verzameling boeken

Wat zegt u? Verklaar u nader.
Het woord protestants betekent getuigend. Protestanten getuigen, van de -door hen begrepen- Bijbelse ´waarheid´.
Klinkt nog steeds behoorlijk aanmatigend.
In de protestantse traditie waar ik ben groot geworden, heb ik geleerd de Bijbel met open onderzoekende Geest te durven lezen. We aanvaarden modern onderzoek dat ons leert dat de Bijbel geen geschiedenisboek is, maar een boek met getuigenissen, van mensen over hoe God een rol speelt in hun leven. Ik hoor in het bijbels scheppingsverhaal dan ook niet een verhaal waarmee gezegd wil zijn: Als je ons geloof in God wil overnemen dan moet je ook geloven dat God de wereld in 7 dagen geschapen heeft.
Ik hoor in de bijbelse scheppingsverhalen een mij zeer wel aansprekend visioen, een getuigenis van: ´ja, om ons heen zien we veel wanorde, veel chaos, veel onrecht, máar, tóch, ook al lijkt het uit onze zogenaamd natuurlijke wan-orde níet voort te kunnen komen, tóch vertrouw ik er op dat een rechtvaardige ordening van deze wereld wél mogelijk is´. En dat vertrouwen komt niet voort uit wetenschap, het komt voort uit ..., ja, uit wat ik te horen krijg uit de bijbelse verhalen van mensen over God.
En zal die goede orde er niet in 7 dagen zijn, dan toch in 7x7 jaar ...!

Door dit visioen houd ik het vol om op een welbepaalde manier in het leven te (willen) staan.   

We noemen Jezus de Christus, de Messias, omdat we in de nieuwtestamentische geschriften herkennen en erkennen dat God zich in de mens Jezus openbaar gemaakt heeft (God overwint machten van de dood). Jezus is voor ons hét teken van hoop dat God het allerbeste vóor heeft met ons mensen, met deze wereld (uiteindelijk is het leven het sterkst).
Dat betekent dat wij aktief zoeken mee te werken aan de vól-making van Gods toekomst. En het betekent, b.v., dat ik vanuit die overtuiging waakzaam moet zijn dat niet een bepaalde wetenschappelijke visie gepresenteerd gaat worden als een absolute waarheid.
Ik vind dus dat ik vragen mag stellen bij de claim als zou de evolutietheorie hét absolute verklaringsmodel zijn. -Dat is dus iets anders dan zeggen dat geloof meer gelijk heeft dan wetenschap; het is enkel aanduiden dat wetenschap kritisch gevolgd mag/moet worden.

En ik mag aannemen dat ook vrijzinnigen en alle andere levensbeschouwers de praktijk van de evolutietheorie kritisch volgen en dat ook zij zien dat een rechtvaardige ordening niet als vanzelf, in een soort evolutie, uit de zgn natuurlijke orde zal voortkomen.
Het is aan iedere gelovige, aan ieder mens te ´protesteren´: tóch ...! 


vrijdag 6 september 2013

Weerbare spiritualiteit, temidden van verharding

Hoe komt het dat rechts-extreme ideeën aanvaardbaar worden voor de burger van het midden? Hoe bijbels is de wijze waarop populisten zich afzetten tegen de islam en de moslims en tegen migranten in het algemeen? 
Het wordt tijd een helder geluid te laten horen vanuit de kerken. 

Innerlijke onvrede en angst vormen het kapitaal van populisten. Terecht zijn mensen ontevreden over de trage en moeizame werken aan oplossingen van de problemen in de samenleving en het is zeker niet onlogisch om angstig te zijn over de toekomst van werkgelegenheid. Maar als we niet oppassen, zijn allochtonen al te snel de zondebokken bij alles wat in onze maatschappij niet soepel loopt.
Er zijn inderdaad in Europa en ook in Amerika en in Australië heel wat fundamentalistische moslims actief, op vele terreinen.
Maar waardoor voelt dat als zo bedreigend? Als fundamentalisme in andere tijden en op andere plaatsen sterk in beweging was, dan waren steeds andere mensen alert, waakzaam, zelfbewust, zelfzeker en sterk genoeg en weerbaar en overtuigd genoeg van gezamenlijke waarden om niet bang in een schulp te kruipen. Tegen de Ku Klux Klan bv, waren mensen in de VS weerbaar genoeg om ze in toom te houden. En dat zijn ze ook nu, mag ik toch hopen.

We mogen echter niet voorbijzien aan het feit dat -parallel aan fundamentalisme bij moslims- vanuit extreem-rechtse groeperingen de kansen worden aangegrepen om brave burgers van het midden te masseren, te strelen, kortom, warm te maken voor wat nu nog gezien wordt als extreme, maar aanvaardbaar-wordende ´oplossingen´.
Het griezelige van populistische bewegingen (stijl Dedecker)  en rechtse extremisten (stijl Vlaams Belang) is dat we niet precies weten welke kanalen zij uiteindelijk, als zij genoeg macht zouden krijgen, zouden aanwenden om de onvrede van het volk te laten wegvloeien. Blijft het bij scherpe debatten, dan is dat overkomelijk. Beloven zij het volk innerlijke vrede door de islam te verbieden en moslims te onderdrukken, dan zal dat niemand verlossen van innerlijke onvrede, integendeel: dan krijgt die onvrede nieuw voedsel en zou ze kunnen uitgroeien tot een gevaarlijke omvang. Zoals we al eerder hebben gezien in de geschiedenis.

In VolZin, oecumenisch opinieblad voor geloof en samenleving, werd gemeld: Dat christenen beter bij populisten als Wilders vandaan kunnen blijven, mocht van dominee Pieter van Kampen vorig jaar best vanaf de kansel gezegd worden. In het EO-radioprogramma ´Deze Week´ kwam hij te spreken over de jaren dertig van de vorige eeuw, toen Protestantse kerken openlijk de politieke opvattingen van de NSB veroordeelden. (Tegenhangers van de NSB in België waren toen het VNV, DeVlag en Rex.) “Ik vroeg me af of die maatschappelijke verantwoordelijkheid van kerken nu ook weer van toepassing is”, aldus Van Kampen.
Om zich uit te spreken, ziet hij twee argumenten op geestelijke grondslag: “Ten eerste staat er in de Bijbel dat je geen valse getuigenis mag afleggen over je naaste. Wilders komt met zijn uitspraken over moslims op de grens van het schenden van dat gebod. Ten tweede staat het uitsluiten van een grote groep mensen om te kunnen komen tot een éénvormige cultuur, voor mij haaks op de hele ethiek van het evangelie.”
Afgezien van Bijbelse argumenten hebben de kerken geen systematische analyse van het populisme waar Wilders (evenals Vlaamse verwanten; GB) succes mee oogst, zegt hoogleraar diaconie Herman Noordegraaf in VolZin. Die zouden ze wel moeten maken, vindt hij, en daarbij nagaan wie er vatbaar voor zijn, om ook die mensen te bereiken.
Hij geeft zelf alvast een voorzet: “Het populisme in de politiek kenmerkt zich door het simplificeren van problemen, en een wij-zij denken: wij tegen de islam en tegen de zogenoemd ´politiek-correcte kliek´ in Den Haag (en in Brussel; GB). Ook maakt het gebruik van zondebokken, in dit geval moslims. Het doet afbreuk aan de sociale samenhang en frustreert het democratisch debat door problemen neer te zetten in uitvergrote incidenten.” Met die problemen worden vooral de zorgen over de integratie bedoeld, en het gevoel dat mensen zich niet meer herkennen in de politiek en de samenleving. “Daar zal een adequate reactie op moeten komen, zonder de nuances te laten vallen. Een visie die de zorgen serieus neemt, maar stigmatisering van moslims afwijst.”
Het betekent naar mijn overtuiging, dat we dus zelf onze onzekerheid, onze aarzeling, ons gevoel over hoe zwak we klaarblijkelijk voor onze waarden stáan, zullen moeten overwinnen. Zoals gezegd wordt: angst is een slechte raadgever. Wat mij betreft: als ik mezelf niet zwak voel, voel ik me niet bang voor ontwrichters, maar kan ik ze tegemoet treden.
Degenen die alle christenen over éen kam scheren, over de kam bv. van die bisschop die de joden-uitroeiing kleineert, die doen de meerderheid van de christenen tekort. Degenen die alle gelovigen allemaal als éen pot nat betitelen, die doen ook zichzelf tekort. Degenen die het verkeerde van de mens, zoals zichtbaar bv bij de fascisten, zien als -toch iedere keer weer- de sterkste beweging, die doen ook zichzelf tekort, vind ik. Want: ik denk dat er een sterkere Kracht is, uiteindelijk, die het goede van de mens bewaart.
Kortom, het is steeds in nieuwe tijden, in nieuwe verhoudingen een opdracht om je als mens niet te laten uitspelen tegen een ander mens. Laat je niet door de angst in de verkeerde denkwijze trekken/duwen.
Blijf sterk, blijf weerbaar, dan blijf je vrij om te beoordelen wie je als gematigde bondgenoot naast je kan toelaten, en voor wie jijzelf de gematigde bondgenoot kan zijn!
Wat mij betreft: ik schrik wel, maar ik voel me niet zwak, want ik denk dat er voldoende gematigde mensen zijn, waaronder ook moslims, die ons (christenen, vrijzinnigen en andere mensen van goede wil) goed kunnen gebruiken in een nieuw bondgenootschap tegen de hedendaagse fundamentalisten (w.o. dus moslims, vlamingen en nederlanders).
Wat we als kerken in elk geval moeten blijven doen, is hulp bieden aan mensen om hun eigen weerbare spiritualiteit op te bouwen en te verstevigen.

Etty Hillesum, de jonge joodse vrouw die dagboeken en brieven uit de oorlogsjaren ’42 en ’43 naliet waarin ze een mystiek ontwikkelingsproces beschrijft, was in vele opzichten een markante voorloopster van wat nu zo´n nieuwe spiritualiteit genoemd kan worden. Ze bekommerde zich niet om godsdienstige dogma’s, las in spirituele boeken en oogstte eruit wat haar aansprak, ze mediteerde elke ochtend, en ze zocht en vond ‘een voelbare, levende, steeds in beweging zijnde bron’ in haar eigen binnenste. Hoe vond ze die? Door de oude pijn, trauma’s en frustraties, de gaten en de wonden in zichzelf ‘tot klaarheid te brengen’, zoals ze het zelf noemde.

(gepubliceerd in kerkblad Mechelen, 2012)

maandag 2 september 2013

Recht van bestaan

Voor en na mijn ervaringen in Israel en de Palestijnse gebieden wil ik genuanceerd blijven denken en kijken naar beide bevolkingsgroepen die daar recht van bestaan claimen. Ik denk dat me dat lukt.
Lang geleden ben ik vrijwilliger geweest in een Israelische kibbutz en het was mede door mijn Nederlandse, christelijke achtergrond dat ik geleerd had verbondenheid te voelen met het volk Israel; het volk van wie we door hun heilige geschrift hebben kennis gemaakt met hun God en waardoor we als christenen via de specifieke joodse Godszoon Jezus die God ook als voor-ons hebben aanvaard (niet als god van ons, maar God voor ons).
Dit jaar ben ik waarnemer geweest in de Westbank en ik heb daar onder anderen kennis gemaakt met mede-christenen in Nablus (Sichem) en Betlehem en Jericho en Jerusalem. Ook heb ik kennis genomen van de oproep van gezamenlijke kerken daar aan mede-gelovigen in Europa en Amerika en de rest van de wereld, om samen te bezien of het wel bijbels te verantwoorden is dat de staat Israel met geweld grondgebied bezet houdt, Palestijnen daarvan verdrijft en slechts voor Israelische, joodse burgers in bezit en gebruik geeft. Mijn mede-christenen vragen aan mij te bezien of het wel klopt dat ik met de bijbel in de hand deze verdrukking kan verantwoorden. Zij, de mede-christenen met wie ik me verbonden weet, vragen dus eigenlijk of ik een juist godsbeeld heb aangenomen van het volk van de traditie waarmee ik me ook verbonden acht. Klopt het dat de God die ik heb leren kennen een God is die verdrukking toelaat?

Dit zou een spagaat lijken. Er zijn christenen die zich samen met sommige (hoe-vele?) joodse bijbeluitleggers hier uit redeneren met de bewering dat God dit land, dit welbepaalde afgebakende grondgebied, aan 12 specifieke stammen beloofd heeft, ooit. Dit is wat zij in de bijbelse teksten lezen, zo zeggen ze. En het feit dat het daar staat, is afdoende argument voor hen. De vraag of dit in de praktijk onderdrukking van andere medemensen betekent, wordt hier buiten beschouwing gelaten, zo is mijn indruk.

Ik wil hier een ervaring inbrengen van mijzelf, van wat ik begin dit jaar gezien heb toen ik in Jerusalem was. Een ervaring van bedroevende ellende van joodse Israelies. Als ik op een vrijdagavond (sabbath) kijk naar de joodse bevolking die naar de synagoge snelt, dan valt mij op hoeveel -vooral ook jonge- mensen er armoedig uitzien, bleek en mager. En mijn indruk is dat ze niet blij zijn, noch vrolijk. De kleding die ze dragen, waarmee ze laten zien bij welke religieuze stroming ze horen, is veelal zwart, maar ook oud, afgedragen. Voor mannen en voor vrouwen en voor kinderen.  Beter kunnen ze zich kennelijk niet meer permitteren.
Intern in Israel blijken er steeds meer mensen die vanwege de kritische economische situatie mopperen op hun regering dat er zoveel van de staatsbegroting naar de bezetting gaat. Want tegelijkertijd groeit in Israel de werkloosheid en de armoede. 
Een ander klein, maar wel kenmerkend voorbeeld: Nabij het dorp Yanoun waar wij als internationale waarnemers gestationeerd zijn, op de weg die pas weer door een accoord werd open verklaard, wordt met stenen naar passerende auto´s gegooid, door kinderen van het settlement, met hun ouders op de achtergrond. En de Israelische militairen, die in dit gebied de orde-handhavende taak hebben, grijpen niet in, zo vertelt het opvolgende EAPPI-team mij; zij zijn getuigen. Met welk mensbeeld groeien deze kinderen op, zo kunnen we ons afvragen.
Als ik al de slachtoffers zie, angst bij Palestijnse dorpsbewoners die dagelijks lastig gevallen worden door brutale ´gewone´ burgers die boven op de berg een illegale nederzetting bevolken en angst in de ogen van Israelische moeders die van extreme rabbi´s te horen krijgen dat ze als uitverkoren volk logischerwijs confrontatie van vijanden moeten verwachten, dan hou ik mijn hart vast.

Het zijn de mensen-daar van wie ik de vraag om anders te kijken duidelijk  te horen heb gekregen. Het is vanwege de vraag van Palestijnse christenen dat ik ben gegaan om aan het EAPPI-programma mee te doen. En het is door daar aanwezig te zijn dat ik dezelfde vraag ook heb horen klinken van Israelische joden en van Palestijnse moslims. Het zijn christenen die van hun mede-christenen vragen de bijbel anders te willen verstaan. ´Wij vragen van onze zusterkerken om de zonde van de bezetting niet te voorzien van een theologische dekmantel. Help de twee volken hier om gerechtigheid, vrede, veiligheid en liefde te realiseren´ (Kairos-document 2009).  Het zijn joodse burgers die van hun wereldwijde volksgenoten vragen de staat Israel te helpen om democratie echt in praktijk te brengen (iedereen gelijke rechten). Het zijn moslim-burgers die aan hun leiders vragen om te zorgen dat eenieder in waardigheid kan samen-leven.

Het is echt hoog tijd om anders te gaan denken, en nog steeds genuanceerd, want hoe lang nog zal het duren vóor het mensbeeld en het wereldbeeld (en het daarmee samenhangend Godsbeeld) weer enigszins hersteld zijn.
Ik heb meerdere mensen horen zeggen: vroeger konden we ook naast elkaar leven, als moslims, christenen en joden in hetzelfde dorp, in dezelfde stad, in dezelfde landstreek. We willen gewoon in vrede onze kinderen groot brengen, net als andere mensen op de wereld.
   ( In Mosaïque, sept. 2013; Franstalig maandblad in de VPKB) 

dinsdag 20 augustus 2013

Thuis gekomen

7 maart 2013
denk ik (terwijl ik gewoon verder berichten te zien krijg van schendingen van rechten van mensen in de Palestijnse gebieden):
het is toch hoog tijd dat de bezetting van Palestina stopt
en dat wij hier in Europa
en dat vele anderen op de wereld
eindelijk anders gaan kijken naar de situatie van de Palestijnen en de Israelis
en anders gaan handelen,
om een gewoon leven in waardigheid en vrede voor alle inwoners van Palestina en Israel naderbij te brengen.

Want het is niet door niets-doen dat er een status-quo, ogenschijnlijk, heerst. Het is met actieve steun van buitenaf dat een bezet land steeds verder in gebruik wordt genomen, door de Israelische bezetter en dat de Palestijnse bewoners in een steeds kleiner gebied worden teruggedrongen. Het is niet alleen dat we -vanuit Europa en vanuit andere landen- toekijken, hoe de bezetter internationale oorlogswetten negeert (door bv. dorpen en steden in bezet gebied te bouwen en daar eigen mensen naar toe te verplaatsen). Ook verdienen we graag aan, of maken goedkoop gebruik van de economische activiteit die de bezetter ter plaatse uitvoert en die een zelfstandig leven van de lokale bevolking steeds meer onmogelijk maakt. Israel laat zijn burgers in de settlements oorlog voeren met burger- en militaire middelen (door hen er te laten wonen en de grond en het water in bezit en in gebruik te nemen én door hen wapens te laten dragen). En wij (Europa en Amerika) geven de exportproducten vanuit de illegale bedrijven -toch- vrije toegang tot onze markt.

Was het niet gevaarlijk daar terwijl je daar was -want het is toch oorlogsgebied-?, vragen mijn buren mij. Het beeld wat men -op afstand- van oorlogsgebied heeft, is dat van permanent schieten op straat, zoals in Syrië?; dat er in Palestina meestal ´gewoon´ leven geprobeerd wordt door de bevolking, gedurende toch al 60 jaar, is amper voorstelbaar. Maar, ja het is wél gevaarlijk, maar anders. Want, hier een klein voorbeeld: op de weg nabij Yanoun die pas weer door een accoord werd open verklaard, wordt met stenen naar passerende auto´s gegooid, door kinderen van het settlement, met hun ouders op de achtergrond. En de Israelische militairen, die in dit gebied de orde-handhavende taak hebben, grijpen niet in, zo vertelt het opvolgende EAPPI-team mij. Met welk mensbeeld groeien deze kinderen op, zo kunnen we ons afvragen. Het is echt hoog tijd om anders te gaan denken, want hoe lang nog zal het duren vóor mensbeeld en wereldbeeld (en daarmee samenhangend Godsbeeld) weer enigszins hersteld zijn.

Wat kan ik doen met wat ik gezien en gehoord heb om bovenbedoeld anders-kijken te bevorderen?

Het zijn de mensen-daar van wie ik de vraag om anders te kijken duidelijk  te horen heb gekregen. Het is vanwege de vraag van Palestijnse christenen dat ik ben gegaan om aan het EAPPI-programma mee te doen. En het is door daar aanwezig te zijn dat ik dezelfde vraag ook heb horen klinken van Israelische joden en van Palestijnse moslims. Het zijn christenen die van hun mede-christenen vragen de bijbel anders te willen verstaan. ´Wij vragen van onze zusterkerken om de zonde van de bezetting niet te voorzien van een theologische dekmantel. Help de twee volken hier om gerechtigheid, vrede, veiligheid en liefde te realiseren´ (Kairos-document 2009).  Het zijn joodse burgers die van hun wereldwijde volksgenoten vragen de staat Israel te helpen om democratie echt in praktijk te brengen (iedereen gelijke rechten). Het zijn moslim-burgers die aan hun leiders vragen om te zorgen dat eenieder in waardigheid kan samen-leven. Ik heb meerdere mensen horen zeggen: vroeger konden we ook naast elkaar leven, als moslims, christenen en joden in hetzelfde dorp, in dezelfde stad, in dezelfde landstreek. We willen gewoon in vrede onze kinderen groot brengen, net als andere mensen.

Kijken, omdenken, handelen ... Anders economisch handelen, druk uitoefenen,
niet niets-doen dus.

Wie zijn slachtoffer van de bezetting? Wie profiteert van de bezetting?

14 februari 2013
Als ik drie maanden overzie en probeer te zeggen wie de slachtoffers zijn in het conflict Israel-Palestina, dan neig ik te zeggen: iedereen. (Keurig onpartijdig, zoals het EAPPI betaamt.)
Maar er is wel machtsongelijkheid.
Het is overduidelijk dat Israelische settlers in de Westbank op vele mogelijke manieren met geweld Palestijnse bewoners verdrijven van hun grond, verdrijven uit hun huizen en deze onrechtmatig bezetten en vernielen. Israel neemt Palestijns land in, plaatst er huizen, bedrijven en scholen en maakt dat de Arabische cultuur er weggevaagd wordt.
Misschien moet ik niet zeggen Israel doet dit, maar de settlers doen het, want de macht van de georganiseerde settlers schijnt erg groot te zijn in de Israelische politiek. Maar anderzijds is het wel zo dat de settlers door de staat gesubsidieerd worden en ook worden settlements gesteund met geld uit het Joods Nationaal Fonds. En intern in Israel zijn er steeds meer mensen die vanwege de kritische economische situatie mopperen op hun regering dat er zoveel van de staatsbegroting naar de bezetting gaat. Want tegelijkertijd groeit in Israel de werkloosheid en de armoede.

Als ik bv. in Jerusalem op een vrijdagavond kijk naar de joodse bevolking die naar de synagoge snelt, dan valt mij op hoeveel -vooral ook jonge- mensen er armoedig uitzien, bleek en mager. En mijn indruk is dat ze niet blij zijn, noch vrolijk. De kleding die ze dragen, waarmee ze laten zien bij welke religieuze stroming ze horen, is veelal zwart. Voor mannen en voor vrouwen en voor kinderen. 

Als je al die slachtoffers ziet, aan alle kanten, dan vraag ik me af: wie heeft er belang bij deze status-quo? Waarom laat de Israelische regering, iedere opeenvolgende, deze situatie voortbestaan? Waarom hebben vele Palestijnen geen vertrouwen in de Palestijnse Autoriteit, op landelijk nivo en op gouvernementsnivo? We horen lokale burgers zeggen dat er veel geld verdwijnt, door corrupte handen. En we horen van ´deals´ die gesloten zijn en worden tussen mensen op Israelische machtsstoelen en idem Palestijnse.

Het probleem is er niet eenvoudiger op geworden. Maar het wil niet zeggen dat de bezetting dus maar moet voortduren. Als ik al de slachtoffers zie, angst bij Palestijnse dorpsbewoners die dagelijks lastig gevallen worden door brutale ´gewone´ burgers die boven op de berg een illegale nederzetting bevolken en angst in de ogen van Israelische moeders die van extreme rabbi´s te horen krijgen dat ze als uitverkoren volk logischerwijs confrontatie van vijanden moeten verwachten, dan hou ik mijn hart vast.

Waarom is/wordt joods slachtofferschap bij de Israeli ingeprent? Wordt een heel volk zo niet getraumatiseerd?!
Hoe komen de huidige generaties dit ooit weer te boven? Zullen ze wel ooit als buren kunnen samenwonen met Palestijnse moslims en christenen?

Gisteren nog, op weg terug vanuit Yanoun naar Jerusalem, om daar onze opdracht aan het nieuwe team door te geven, stonden we met onze bagage nabij de bushalte. Direct bij de bushalte staan settlers op een Israelische bus te wachten en zeker twintig meter verderop staan Palestijnen te wachten op een (andere, Palestijnse) bus of een ´service´ (een Palestijns collectief taxi-busje). Deze onderscheiding die we hier zien, is door settlers afgedwongen, zo is ons verteld.
Het begint te regenen, de Israelische bus vertrekt, de Palestijnse vrouwen, van wie éen met een baby op de arm, gaan in het bushokje staan, droog. En dan, vanaf de overkant van de weg, uit een controle-wachtpost, komt een Israelische militair, met zijn wapen in de aanslag, naar de bushalte; hij beveelt de vrouwen om het bushokje te verlaten en weer verderop in de regen te gaan staan. Ik voel sterk de neiging om -toch- in dat bushokje te gaan staan. Waar doet me dit aan denken? De VS in de tijd van Martin Luther King -segregatie-, of kennen we er een ander internationaal bekend Nederlands woord voor?
  
Misschien heeft de christen-Palestijn gelijk die bij onze introductie in november zei: boycot ons allemaal. Als de financiële steun die Israel krijgt en de steun die Palestijnen corrumpeert niet gestopt worden, dan duurt het nog lang voor er een oplossing zal zijn die recht doet aan beide volken. Slachtoffers zijn er al, de gevolgen van de boycot zullen niet groter zijn.
Dus, laat de multinationale bedrijven die de settlements steunen zich terugtrekken, in navolging van Unilever bv. en laten we als consumenten in de supermarkt bij onze inkopen van producten uit Israel onderscheid vragen op de labels: product uit Israel, product uit settlements. Dan kunnen we kiezen niet te kopen van de illegale settlements.  En geef Palestijnen kans om hun eigen economische oplossingen te ontwikkelen, in plaats dat ze zich afhankelijk opstellen van buitenlandse hulp.
Ja, het is een Palestijn die dit voorstelt.


(Wat zal ik morgen ns gaan doen, wanneer ik weer thuis ben?)

Zondagse kerkgang

7 februari 2013
Voor onze wekelijkse kerkgang op zondag

hoef ik geen nieuwe blog te maken.
Ik kan hier heel goed verwijzen naar een blog van Anne; ze was hier in het vorige team.

Hieronder kan je haar verhaal lezen: (zij publiceerde het op haar blog bij kerkinactie.nl )

Nablus, of Sichem, is een gezellig drukke stad; na de kerkdienst van 10u00 (tot 11u45) of voor de dienst van 16u00 (tot 18u00) gaan we, vaak samen met de teams van Tulkarem en Jayus, in de suk genieten van de vele kleine winkeltjes in arabische sfeer (kruiden, kippen, kleren, ...).

Goed om hier te zijn.

Naar de kerk in Nablus, maar snel de stad weer uit
(Anne,18 november 2012)

Sinds de spanningen in en rond de Gazastrook houden we de berichtgeving erover nauwgezet bij en het kantoor laat ons regelmatig weten waar we wel en vooral niet moeten zijn. We konden gerust naar de kerk gaan, maar daarna moesten we bijtijds de stad weer uit  om niet verzeild te raken in ongeregeldheden.

Om acht uur haalde Ghassan ons op voor de kerkdienst in Nablus. Hij was al begonnen, de Grieks-Orthodoxe Kerk. Misschien waren we iets te laat vertrokken uit Yanoun, misschien was de dienst tóch vroeger dan 9:00 uur, geen idee. Gelukkig maakt het in het Midden-Oosten niet zoveel uit. Tijd is hier vloeibaar.gr orthod kerk nablus 

Hoewel we voor de tweede keer in deze kerk waren, blijft het een wonderlijke ceremonie waar alleen wij de samenhang niet van zien lijkt het wel, want iedereen gaat keurig op tijd zitten en staan, er is een koor dat zeer ‘out of tune’ hymnes zingt, waar kop noch staart aan zit, maar niettemin humt er af en toe iemand mee. Plotseling herken ik ‘Alleluja’, het wordt een paar keer herhaald en ik val niet op als ik ook meedoe, leuk!

Er zijn een stuk op vijftien kinderen die zich vrijelijk door de kerk heen bewegen. Zes of zeven jongetjes vervullen een rol: ze steken een kaars op een lange kandelaar aan, hebben een gouden crucifix op een hoge houten stok of dragen een icoon. Anders dan in de Rooms Katholieke kerk in Nederland hebben ze niet de outfit van een misdienaar, maar dragen ze gewoon een spijkerbroek en een bloes of trui. Ze lopen in een processie door de kerk, de patriarch heeft de ene keer het boek, een volgende keer de kelk onder een roodgeborduurde doek bij zich. Die keer heeft hij ook een rode vierkante pelerine over zijn kazuifel. Meestentijds is de geestelijke slechts op de rug te zien, doende in de apsis van de kerk.  Voor mij een mysterieuze figuur gehuld in crème- en goudbrokaat. En in rook, want hij schuwt het wierookvat niet, pas bij de tweede keer hoor ik er belletjes bij rinkelen – heeft hij een andere set gepakt? Met onversterkte, welluidende stem begeleidt hij de rituelen.kinderen in de g oth kerk 

De kleine kinderen huppelen vrolijk voor de eerste banken, worden op schoot getrokken door een grotere broer, of gaan languit naast oma liggen. Zorgzaam legt iemand van de familie een dekentje over de peuter heen  – er is op gerekend. Er wordt regelmatig heen en weer gelopen en de mannen die af en toe naar voren komen om kaarsen te vervangen in schalen die gevuld zijn met zand, hebben geen liturgische kledij. Na vijf kwartier min of meer stil zijn gaan de kinderen bij de communie aan kop. Ze krijgen een stukje brood, maar wijn schenkt de voorganger niet. Ook niet aan de volwassenen overigens. Khalas, finished, het einde van de dienst. Iedereen groet ons, elkaar en gaat naar huis.

De E van EAPPI staat voor Ecumenical en wij als team Yanoun hebben geprobeerd dat in praktijk te brengen door gedurende ons verblijf hier vier verschillende kerken te bezoeken. Dat leverde telkens een bijzondere ervaring op! Elke verwachting die ik van een eredienst had, bleek niet te kloppen. Geen Engels in de Anglicaanse kerk of Latijn in de Latin Church, maar overal Arabisch, hoewel sommige priesters of dominees ons in het Engels welkom heetten. De liturgieën waren heel soms vertaald, maar het liedboek niet. Ook niet de paginanummers. De noten, ja die had ik kunnen lezen, maar te laat zag ik dat die van rechts naar links gezongen worden … Geen kerkorgels maar wel een elektronisch instrument, waarop de organiste de melodieën eenstemmig meespeelde. De kerkgangers spraken dikwijls hun waardering uit voor ons bezoek aan hun kerk en nodigden ons uit voor een kopje koffie na afloop. Een enkele keer zelfs thuis, zoals bij Karimeh, een gepensioneerde schooldirectrice, die prima Engels spreekt en zichtbaar genoot van het feit dat ze gastvrouw kon zijn. gr orthod kerk nablus fresco

Of er vandaag in de Grieks-Orthodoxe St. Mary is gesproken over de raketaanvallen over en weer tussen Israël en militante Hamasgroepen hebben we niet kunnen verstaan. Ook niet of er gebeden is voor de slachtoffers die wederzijds gevallen zijn, of voor de leiders van beide groeperingen. Weer terug in de auto reden we langs het checkpoint dat nog bezaaid lag met honderden hulzen van geluidsbommen en traangasgranaten van de protestdemonstratie van de vorige avond. Te oordelen naar het gereedstaande en aankomende militaire materieel, bereidde  het leger zich op een nieuwe confrontatie voor. “Oh my God,” zei Alex zachtjes. Zeg dat wel. Dan maar een soort van gebed in de auto. “Heer, geef wijsheid.”

Enkele positieve belevenissen op rij

5 februari 2013
Allereerst: het was leuk om na zoveel jaren even op bezoek te zijn in de kibbutz in het noorden van Israel, Sde Nehemiah.
Na al de jaren is het nu geen kibbutz meer, het is gewoon een dorp zonder specifieke collectieve samenlevingsvorm. De fabriek is er nog gewoon, de huizen zijn er zoals ze er waren, enkel dat er nu huizen worden bijgebouwd voor mensen die de grond en het huis particulier voor zichzelf kopen en bewonen. De nieuwe bewoners worden geen lid van zoiets als een kibbutz. Men zegt dat deze vorm van samen leven uit de tijd is. De gezamenlijke eetzaal is er nog, maar op vrijdagavond, bv, wordt daar niet meer een gezamenlijke sabbathmaaltijd gehouden.
Ik heb in 1978 als volunteer in de boomgaard geholpen met appels plukken. Een fijne tijd, jonge vrijwilligers van all over the world, ´s morgens vanaf 06h00 appels plukken, na de lunch een korte siësta (in de zomer is het boven de 30, 35 graden), daarna naar het zwembad en ´s avonds gezellig, muziek, film, bar, ... Wat wil een mens nog meer (als-ie jong is?).
Leuke herinneringen, al wandelend. En hartelijke ontvangst door enkele mensen van vroeger. Iemand zei dat ze dacht dat de Wereldraad van Kerken tegen Israel is. Ik heb dat kunnen ontkrachten. Het accompany-programma is kritisch naar alle partijen en zeker niet eenzijdig anti de staat Israel.

In de christelijke moshav NesAmmim (niet ver van Acco) heb ik op een avond voor de daar aanwezige vrijwilligers en gasten een inleiding gegeven over mijn ervaringen tot nu toe in het EAPPI-programma. Men is zeer geïnteresseerd; ik ben daar blij mee. En NesAmmim zelf heeft interessante programma´s rond trialoog tussen joden, christenen en moslims, met en voor mensen in Israel en ook voor gasten uit het buitenland. Zeer boeiend.

Een inspirerende ervaring is: de creativiteit te zien van de Palestijnen, hoe steeds weer diverse groepen nieuwe activiteit bedenken om op geweldloze wijze hun verzet tegen de bezetting vorm te geven. Al enkele keren eerder, op diverse plaatsen in Palestijns gebied, is er volgens zeer goed gecoördineerd plan, bij verrassing een zogenoemd Palestijns settlement, of dorp, gebouwd. Om symbolisch duidelijk te maken hoe Israel settlements bouwt (illegaal volgens internationaal oorlogsrecht) en tegelijkertijd de Palestijnen geen uitbreiding van dorp of stad toestaat -waar het buitengebied area c is verklaard-. Uiteraard bouwen de Palestijnen hun vrolijke, ironische settlement op grond dat in area b ligt, anders heeft Israel onmiddellijke aanleiding voor demolition-order: niet toegestaan, dus onderuit gehaald. Sommige media zijn kort op voorhand van de aktie ingelicht zodat ze er bij kunnen zijn, ook op het volgende moment als Israel toch tot gewelddadige ontruiming overgaat (want ze kunnen dit natuurlijk niet zomaar laten gebeuren, ook al zetten ze zichzelf vervolgens ´voor schut´ met hun excessieve geweld). Deze zaterdag waren we op bezoek in een dorp in de omgeving van Nablus en daar vernamen we van een contactpersoon dat hij net een telefoontje had gehad waarin hem verteld werd dat een derde vrolijke actie, zoals eerder die van Bab AlShams, op dat moment plaatsvond, in het buurdorp Burin. Toen we later gingen informeren, hoorden we dat de actie had plaatsgevonden op terrein van eigenaren in area b die een bouwvergunning hebben voor een huis, maar dat settlers uit de omgeving de feitelijke bouw steeds komen bemoeilijken.
Het alternatieve dorp, Bab AlManatir, Poort van Vrijheid, heeft het een uur uitgehouden, toen kwamen de settlers, van Yitzhar en Bracha,  en het leger om alles te vernielen en mee te nemen. De Palestijnse actievoerders hebben het er voor over dat met deze activiteit de aandacht gevestigd wordt op de bezetting van hun land. 

En dan nog het nieuws over de weg die Yanun verbindt met Nablus, langs Awarta. Zondagmorgen, we waren amper wakker, hoorden we het nieuws dat de weg die 13 jaar gesloten is geweest, na onderhandelingen weer geopend is. Met Ghassan, onze vaste chauffeur en vertaler en toeverlaat, gingen we naar Nablus. Prachtig, rijden op een weg waar we nog niet eerder waren geweest, zo dichtbij ons dorp. Een oude weg met gaten, met vele plekken zonder steen of asfalt; smal, wat we in NL een b-weg noemen, of minder. Met aan beide zijden velden met olijfbomen en groene planten (bijna voorjaar!) voor schapen.  En onderweg kwam een stoet auto´s ons tegemoet. De eerste auto´s waren van de gouverneur van Nablus en zijn gevolg. We stopten, vierden met elkaar dit moment. Enkele media waren ook present; een van ons team werd kort geïnterviewd, we kregen een blikje frisdrank gepresenteerd met een chocolade-biscuit. We waren allemaal enthousiast en blij. Veel mensen uit Awarta waren ook al op de weg, te voet, per auto, in groep; dichtbij Awarta ook met kinderen in wandelwagens. Niet voor niks, de omgeving is echt prachtig, mooie bergruggen, begroeid met allerlei bomen en planten. Wat hebben de mensen dit lange tijd gemist.

De volgende dag passeerden we de weg opnieuw en deze keer werden we tegemoet gereden door een militaire jeep en even verder stonden enkele settlers, met wapen en hond, midden op de weg. Ons enthousiasme was hierdoor wat getemperd. De settlers fotografeerden ons en een van hen vroeg ons waarvandaan wij komen. Hij bedoelde uit welk land, maar ik zei:  van Yanoun. Hij vroeg het nogmaals, maar ik zei weer: van Yanoun. En vroeg hem vervolgens: waarvandaan ben jij? Hij zei: van Israel. Dus ik zei: ah, uit Tel Aviv, of zo? Nee, zei hij, TelAviv is TelAviv, ik ben van Israel, van hier (met zijn vinger naar de grond wijzend; settlement Itamar ligt hier op de bergruggen boven Yanoun). Vervolgens gingen ze weg.
Even verder kwam weer de militaire jeep. Aan de soldaten vroegen we: de settlers die we net zagen, met hun wapen, lijken ons niet zo veilig, kan je hen van de weg wegsturen, want ze storen de vrije doorgang. Als antwoord kregen we: we hebben geen tijd van praten.
En weg waren ze.



Vandaag hadden we als internationals in ons huis in Yanoun de onverwachte eer van een spontaan bezoek van de gouverneur. En de eer van gastvrij onthaal, lunch met brood, olijven, thee, humus, yoghurt, kaas, ... is aan de dorpelingen. Dank heel hartelijk.
Morgen is een nieuwe dag.